August van Putlei

Ik fietste van mijn huisarts in Deurne naar huis via de August van Putlei. Het was jeugdsentiment dat mij daartoe had aangezet. Twintig jaar na mijn middelbareschoolcarrière ben ik harder veranderd dan het gelaat van deze straat. Huid is vergankelijker dan steen. Ik keek rond, snoof de lucht van melancholie op en probeerde het gevoel van toen te herbeleven. Even zat ik weer op mijn stoere citybike.

Ik dacht terug aan het meisje met de mysterieuze blik en blonde krullenbol. Ik fietste, zij wandelde en soms keken we mekaar secondenlang aan tijdens het kruisen. Maar misschien fietsen mijn herinneringen in slow-motion. Ik zie ze naar me glimlachen, spaarzaam zoals de Mona Lisa. Tijdens die momentjes ging mijn hart wild tekeer en domineerde deze schoonheid mijn gedachten tijdens de rest van de rit. Nooit had ik het lef om haar aan te spreken. Er moet een moment geweest zijn dat we elkaar voor het laatst zagen zonder het te weten.

Ik dacht ook terug aan toen ik mijn middelvinger uitstak naar een roekeloze chauffeur die toeterde en mij rakelings voorbij vlamde terwijl ik naast een vriendje fietste. De chauffeur stopte abrupt, stapte uit en wachtte mij met gekruiste armen op. Toen ik hem naderde, slingerde hij verwensingen naar mijn puberhoofd. Dat is wat ik mij herinner, maar het geheugen neemt je voortdurend in de maling.

Ik dacht ook terug aan het nabijgelegen voetbalpleintje waar ik na schooltijd tot een afgesproken uur tegen een bal trapte en joints doorgaf zonder er zelf aan te trekken. Voor het overige herinner ik me bitter weinig van de August van Putlei. Het is ook maar een banale straat. En toch: waar zat ik aan te denken, al die jaren met de wind in de haren? Ik zou eens terug in dat dromerige hoofd willen kruipen. Dacht ik soms aan later?

In de zetel ploffen met een essay over poëzie in je handen

1. In de zetel ploffen met een essay over poëzie in je handen.

2. Meteen rechtstaan om een glas te vullen met water.

3. In de zetel ploffen met een essay over poëzie in je handen en een glas water in je buurt.

4. Meteen weer rechtstaan om een stylo te nemen voor aantekeningen.

5. In de zetel ploffen met een essay over poëzie en een stylo in je handen en een glas water in je buurt.

6. Water drinken en beseffen dat de vaatwasser veel kabaal maakt.

7. Meteen weer rechtstaan om een plaat op te leggen.

8. In de zetel ploffen met een essay over poëzie in je handen en een glas water in je buurt.

9. Beseffen dat je stylo nu naast de platenspeler ligt.

10. Meteen weer rechtstaan om de stylo te nemen die naast de platenspeler ligt.

11. In de zetel ploffen met een essay over poëzie en een stylo in je handen en een glas water in je buurt.

12. Een bromvlieg horen met een essay over poëzie in je handen.

13. Beslissen om een tekst te schrijven.

Stofzuigdilemma

Het zit zo. Ik maak een voorwaartse beweging met de stofzuigerstang en ik zie het mini legoblokje pas op enkele centimeters van de zuigmond. Nu heb ik nog de keuze: de actie onderbreken of niet. Ik ben mij ervan bewust dat doorglijden betekent dat het onfortuinlijke blokje nooit meer het daglicht zal zien. Maar op hetzelfde moment beseft mijn brein dat onderbreken een grotere inspanning vergt dan doorglijden. En tijdens het stofzuigen kies ik liever de weg van de minste weerstand. Mijn geweten komt zich ook moeien, maar door het kabaal van de stofzuiger begrijp ik er geen hol van.
Floep.
Het is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde. Niemand heeft het gezien, op enkele verbouwereerde legomannetjes na. Dit was nochtans niet de eerste keer. Ik heb tot nader order geen klachten ontvangen van de gedupeerden.

Drie weken #blijfinuwkot

Ik zit nu drie weken in mijn kot met vrouw en kinderen en we stellen het nog steeds opperbest. Zoon en dochter vliegen elkaar weleens in de haren maar dat was voor Corona niet anders. Neen, eigenlijk gedragen ze zich voortreffelijk. De verveling is nog niet toegeslagen. Dat heb ik dus nog niet als drogreden kunnen inroepen om een pingpongtafel aan te schaffen. Maar ik wacht geduldig mijn kans af. We zijn nog niet halverwege.

Ik vind het fijn om zo veel tijd met mijn gezin door te brengen. Of tenminste, ik vind het fijn dat mijn huisgenoten zo nabij zijn. Want ik moet werken, net zoals mijn vrouw. Ik maak wat tijd voor ze vrij in de voormiddag, als de koffie doorloopt, we lunchen samen en in de namiddag snij ik (of Annelies) voor iedereen fruit. Tegen zes uur klap ik mijn laptop toe.

Ik ben dankbaar. Voor de zon waardoor mijn werkplek ‘s ochtends baadt in het zonlicht, voor de vogels die fluiten, voor de kinderen die op de achtergrond giechelend kampen bouwen, voor de geur van warm eten die het einde van de werkdag aankondigt.

Ik draag al drie weken geen lange broeken meer. Shorts zijn veel aangenamer, zelfs als de buitentemperatuur amper tien graden bedraagt. Sokken draag ik alleen als ik ga joggen. Ik zie er verwilderd uit, maar dat is eerder luiheid dan lockdown. En ik heb uitslag op mijn handen van het vele wassen.

In juli hebben we een maand ouderschapsverlof in de agenda staan. Daarvan zouden we drie weken in Frankrijk doorbrengen. Ik kruis mijn geïrriteerde vingers dat die plannen mogen doorgaan.

Mijn oma in tijden van Corona

Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x

2019 – een sonnet

Nog nooit kwamen zoveel mensen op straat.
Ze vochten vreedzaam voor hun burgerrechten.
Onze jeugd spijbelde voor het klimaat
in het zog van een meisje met twee vlechten.

In de laars voelden ze al nattigheid
waar Venetiaanse kunst dreigt te verzuipen.
Over het Kanaal weerklonk een afscheid.
Boris regeert, Theresa mocht afdruipen.

Ons land is in een impasse verzand.
Leeuwen brullen tegen kraaiende hanen.
Parijs zag zijn Notre-Dame uitgebrand.
‘t Westen deelde zijn virtuele tranen.

En zo zie je maar dat cultuur verbindt.
Besparen? ‘t Is een gek die het verzint.

Tram 15

Ik zit op tram 15 rond 22u30. Van zodra hij bovengronds komt, begin ik bij de mensen thuis binnen te kijken. Ik ben niet uit op spannende taferelen die zich mogelijk achter de gordijnen afspelen. Ik krijg gewoon een warm gevoel van onbekende huiselijkheid. Ik zie veel opzichtige kroonluchters en spelende kindjes in de Joodse wijk, ik zie flatscreen-tv’s die kamers en gezichten oplichten, ik zie mensen door hun venster kijken, misschien wel naar een man in een tram met een gele jas aan die wat zit te krabbelen in een notitieboekje. En ik zie vooral veel warmte. Een warmte die even divers is als de inwoners van deze mooie stad. Ik zie ook de eerste kerstbomen. Er moet altijd iemand de eerste zijn en meestal gaan bedrijven die klanten ontvangen met deze eer lopen. Ik zie ook aanstellerige billboards van merken die het vermoedelijk op je eindejaarspremie gemunt hebben. Ondertussen snelt de tram weg van de stad, wordt het leven achter de gevels eentoniger, gaan de lichten uit en wordt mijn eigen reflectie opvallender. Ik denk aan mijn voorgevel en hoe ik die zal aantreffen als ik thuiskom. Er zal nog geen kerstversiering zijn, maar de kans is groot dat mijn vrouw in de zetel ligt te slapen in het gezelschap van een boek, dat mijn dochter dwars in haar bedje ligt zonder donsdeken en dat de armen en benen van mijn slapende zoon alle kanten opgaan. Over die warmte heb ik het.

Out of office

Een vriendin vroeg me gisteren om voor haar een originele out of office te bedenken. Ze is diensthoofd burgerzaken voor de gemeente Kapellen. Dit is het geworden.

Beste,

mijn hoofd is even buiten dienst.
De herstellingswerken zullen drie weken in beslag nemen.
Bedankt voor uw begrip en graag tot 26 augustus.

Uw diensthoofd burgerzaken,

Ineke

 

Free Solo

 

“It doesn’t feel that big a deal when you finally do it, because you put so much effort in. I mean the whole point is to make it feel not that crazy.” – Alex Honnold

Gisteren ging ik naar Cinema Cartoon’s om de bekroonde documentaire Free Solo van National Geographic te bekijken. De film toont de voorbereiding van rotsklimmer Alex Honnold om El Capitan, de bekendste klimmuur ter wereld, te bedwingen zonder touw. Dat betekent 900 meter loodrecht omhoog op eigen kracht en behendigheid, met enkel een krijtzakje als houvast. Dat is een unicum in de klimmerswereld. Mijn eerste reactie was dan ook: deze man is een onverantwoorde zot. Maar wel eentje die mij intrigeert. Ik ben over Alex beginnen lezen voorafgaand aan mijn cinemabezoek. Toen kwam ik te weten dat – hoe verrassend – heel wat uitstekende free climbers ondertussen gesneuveld zijn. Maar mijn mening over Alex stelde ik snel bij. De man is niet gek. Ik dacht vanuit mijn capaciteiten (ik kan mezelf amper optrekken aan een stang in een speeltuin) en dan lijkt zo’n klim inderdaad bovenmenselijk. Maar dit is Alex Honnold, een uitzonderlijk klimmer en persoonlijkheid die perfect weet waar hij mee bezig is. Iemand die de grenzen van zijn lichaam tot in de kleinste vezel kent en vooral, iemand die niets aan het toeval overlaat.

Sommige passages van El Capitan – El Cap onder de klimmers – heeft Alex wel zestig keer geoefend. Dat deed hij uiteraard met touw en klimpartner. Meerdere keren liep het fout. Dat hoort bij het leerproces. Maar als hij daar hangt zonder touw is het kleinste foutje sowieso fataal. Zijn klimbuddy Tommy verwoordt het treffend: “If you don’t get that gold medal, you’re going to die.” Geen zilver, geen brons, geen ‘goed geprobeerd, volgende keer beter’. Het toont aan dat het mentale aspect bij zo’n klim minstens even belangrijk is als de fysieke paraatheid. Alex Honnold heeft een mentaal pantser dat onbreekbaar lijkt. Het past bij de persoonlijkheid die we te zien krijgen. Alex lijkt geen man die uitblinkt in empathie. Hij is een klimmer die niets tussen hem en de rotsen laat komen. Over zijn vriendin Sannie zegt hij dat ze ‘leuk is om in de buurt te hebben’ en dat ze ‘zijn woonbusje opfleurt’. Maar écht binden? Dat lijkt Alex alleen aan zijn klimtouwen te doen. Zijn vriend Tommy zegt dat romantiek alleen maar kan zorgen voor barsten in dat pantser. Dat klinkt hard, maar in de voorbereiding van een bovenmenselijke klim kan ik mij daar wel iets bij voorstellen. Sannie uitte regelmatig haar ongerustheid, over de klim en over hun toekomst samen. Maar de prioriteiten van de klimmer liggen op de top van El Capitan, levend en wel.

En de klim zelf? Die is prachtig in beeld gebracht. Een bevriende cameraman die de prestatie met een telelens heeft vastgelegd, durfde bij momenten niet kijken. Deze beklimming was voor de filmcrew waarschijnlijk zenuwslopender dan voor Alex zelf. Ook in de bioscoop was de spanning te snijden. Iedereen wist nochtans dat het goed zou aflopen. Na elk moeilijke passage volgde een zucht, amai, djeezes of geschuif op stoelen. Het waren de passages die je ook zag in de beelden van zijn voorbereiding, toen het soms misliep. Er zijn secties waar Alex zich levend weet te houden via een kuiltje waarin zijn duim amper past of een spleet waarin hij zich omhoog wurmt. Uiteraard wist hij dat kuiltje en die spleet liggen, net zoals hij heel de route perfect uit het hoofd kende. Ik herhaal het nog even: deze man is niet gek.

Veel ervaren klimmers doen er twee of drie dagen over om de top van El Cap te bereiken. Alex Honnold deed het in 3 uur en 56 minuten. Enkele uren na de klim trok hij zich op aan een trainingsbord in zijn busje, ook wel hangboarding genoemd. Het is een trainingssessie die hij om de andere dag doet. De meest legendarische soloklim heeft daar niets aan veranderd. Het is de klimmer ten voeten uit. En deze documentaire? Die was letterlijk adembenemend.

Dit is de trailer.