Mijn muzikale top 5 van 2018

IMG_5768

Elk jaar tussen Kerst en Nieuwjaar maak ik een muzikale balans op. Aangezien ik dit jaar weinig plaatjes heb gekocht die in 2018 zijn uitgekomen, is het een top vijf in plaats van een top tien geworden. Ik neem je graag mee voor (alweer) een donkere trip die zowel melancholisch als troostend klinkt.

  1. Damien Jurado met The Horizon Just Laughed.

Wat een albumtitel. Ik zou ‘m zo willen stelen voor een gedicht. Op zijn laatste worp gaat de singer-songwriter uit Seattle voor pure eenvoud. We krijgen uitgeklede, akoestische pareltjes die zich als een warm dekentje rond je ziel wikkelen. Dit is een plaat waarmee ik gerust een tijdje wil ondergesneeuwd raken in een hutje in de bergen. (met een goedgevulde voorraadkast, tenminste)

https://www.youtube.com/watch?v=Zll5Gyp20I0

  1. Nils Frahm met All Melody

Ik schrijf graag in het gezelschap van Nils. Zijn minimalistische pianomuziek houdt me gefocust en inspireert me. In mijn hoofd worden zijn tonen omgezet in woorden. Op All Melody kiest de Duitser voor een experimenteler geluid dan op zijn vorige albums, met meerdere instrumenten en elektronica die de piano ondersteunen. De emotie blijft echter even intens. Deze plaat is warm, rijk en vakkundig ontdaan van overbodige franjes. Schrijven is schrappen. Bedankt om dat regelmatig in mijn oor te fluisteren, Nils.

https://www.youtube.com/watch?v=J44C184Dd7c

  1. Ben Howard met Noonday Dream

Surferboy Ben is misschien wel de bekendste muzikant uit dit lijstje. Hij heeft dit jaar zijn derde langspeler gemaakt en ze is veel donkerder dan zijn populaire debuut. Geen hitmateriaal zoals Keep You Head Up dus, maar complexere uitgesponnen songs met soundscapes en gitaren die zowel grillig, zalvend als dromerig durven zijn. Ben is een van die zeldzame muzikanten die me na ontelbare luisterbeurten nog steeds kippenvel kan bezorgen. Surfen op de golf van succes interesseert hem niet. En zo heb ik mijn artiesten het liefst.

https://www.youtube.com/watch?v=NzcV8HXE_EI

  1. Nothing met Dance On The Blacktop

Telkens deze Shoegaze-helden een album uitbrengen, eindigen ze in de top drie van mijn eindejaarslijstje. Er gaat veel nihilisme uit van hun repertoire. Voeg daar nog een scheut grunge aan toe en je hoort een dromerige versie van Nirvana. Dat is op dit derde album niet anders. We horen zweverige zang, veel reverb en een gitaarmuur die zelfs Trump de wenkbrauwen doet fronsen. Dit is muziek die een eigen definitie aan schoonheid geeft. Een soort van schoonheid die zich pas onthult als je de zwarte sluier voorzichtig optilt.

https://www.youtube.com/watch?v=RJhkZo5OCHE

  1. Emma Ruth Rundle met On Dark Horses

Toegegeven, ik luisterde vroeger zelden naar frontvrouwen. De Breeders en Courtney Love ten tijde van Hole waren uitzonderingen. Die kronkel heb ik gelukkig de deur gewezen. Elena Tonra van Daughter, Agnes Obel, Chelsea Wolfe … en nu ook Emma Ruth Rundle maken muziek die mij ontroert en vervoert, maar ook een sjot onder mijn gat geeft. Emma heeft een plaat gemaakt die van begin tot eind aan de ribben blijft plakken. Een rauwe plaat in vele opzichten; door de emoties, de vocale uithalen en de zware, slepende gitaren. Maar het album laat je ook op adem komen, wanneer doom ruimte maakt voor postrock. Alsof je in het oog van de storm zit. Het onheil is nooit ver weg. Dat maakt On Dark Horses niet alleen de beste, maar ook de spannendste plaat van 2018.

https://www.youtube.com/watch?v=obvHacBj6Sc

Advertenties

2018 – een sonnet

Deze wereld draait in de plasticsoep.
Onverschilligheid leidt tot weerextremen.
Onze stadslucht blijkt dodelijke troep.
We komen op straat om ’t klimaat te claimen.

Kinderbuikjes door oorlog uitgehold.
Jemen is van de wereld afgesneden.
Ook elders worden human rights gemold.
Trumps grenswacht grossiert in gruwelijkheden.

Vreemdelingenzaken zegt: less is more.
De Marracrash wordt een politiek wapen.
Michel valt twee keer en de show gaat door.
Les gillets jaunes moeten geld bijeenschrapen.

Goddank spelen de Duivels op een wolk.
Als we scoren zijn we even één volk.

 

Complimenten aan mezelf

 

Schermafbeelding 2018-12-16 om 21.08.34

“Een compliment geeft vleugels. Laat het geen eendagsvlieg zijn.”
Deze quote schreef ik eerder dit jaar naar aanleiding van wereldcomplimentendag.

Ik geloof in de kracht van complimenten. Ik geef en krijg ze graag. Ik wuif ze ook vaak weg. Want wat je goed doet in de ogen van anderen, vind je zelf vaak vanzelfsprekend. Toch geef ik complimenten een plaats in de vitrine van mijn geheugen. Als het vertrouwen mij in de steek laat, kijk ik ernaar. En dan zie ik mezelf groeien in haar reflectie. Naar aanleiding van de mooie blogpost van Kathleen heb ik de vitrine afgestoft. Ik geef jullie enkele complimenten mee die me al jaren plezieren. Hoe klein ze ook zijn. Here we go.

Come on, fist!” Tennismakkers noemden mij The Fist tijdens mijn tienerjaren. Ik gaf nooit op en maakte een vuist als ik mezelf wou oppeppen na een felbevochten punt. Die bijnaam heeft het beste in mij naar boven gemept.

Touché D’Anvers.” Tennisleraar vond dat ik een uitstekend balgevoel had.

In het zesde middelbaar kregen we van de leraar Nederlands de opdracht om het klaslokaal te beschrijven. Ik had toen niet veel met literatuur. Laat staan dat ik uit vrije wil schreef. Mijnheer Goossens las na de opdracht een passage uit mijn tekst voor. In mijn herinnering is het ook de enige tekst die hij heeft gebracht, maar ik kan mij vergissen. Ik vind het jammer dat ik die tekst niet bewaard heb. Het was iets met een ‘eeuwig traag tikkende klok’ en ‘stoffige boeken’.

De complimenten van de jury voor de vlotte schrijfstijl van mijn thesis. (ook al staan er veel schrijffouten in, dat merkte ik enkele jaren later).

De ex-collega’s van mijn eerste job die altijd uitkeken naar mijn ‘geanimeerd’ verslag van de vergadering.

Vrienden en kennissen die uit het niets zeggen dat ze mijn teksten graag lezen. En de erkenning van andere schrijvers, dichters, bloggers en kunstenaars. Jaja, het streelt mijn ego.

Vrienden die in de loop der jaren hebben gezegd dat ze trots op me zijn, of blij zijn dat ze mij kennen. En vrienden die het appreciëren dat ik zo kan genieten van kleine dagen.

Mijn moeder die zegt dat ik goed kan relativeren.

Mijn echtgenote die zegt dat ze bij mij tot rust komt.

Het enthousiasme van mijn kinderen als ik thuiskom.
Want complimenten worden niet altijd uitgesproken.

Nadenken over de lofredes die me zijn bijgebleven lucht op. Ik kan iedereen aanraden de oefening eens te maken. Want iedere persoon heeft een mooie vitrine op zijn of haar manier. Jullie geven die van mij alleszins extra glans. Merci.

Waarom ik niet zo van patsers hou

Afgelopen zomer was ik op een feestje waar ik weinig volk kende. Als introvert is dat altijd een beproeving. Ik praat namelijk niet graag over koetjes en kalfjes. Het is een mix van onkunde en onwil, om eerlijk te zijn. Daarom heb ik in de loop der jaren een strategie ontwikkeld die eruit bestaat vragen te stellen. Dat kost mij weinig moeite omdat ik in het algemeen geïnteresseerd ben in mensen. Als ik vragen stel, is het dus niet om de stilte te doorbreken. Ik heb geen probleem met woordeloze momenten, maar mijn gesprekspartners dikwijls wel. Die beginnen dan over koetjes en kalfjes.

Zo begon ik op dat feestje een gesprek met een oudere man omdat we plots en heel toevallig naast elkaar stonden. Hij was heel extravert, dat zag ik al toen hij op het feestje toekwam, en daar is zeker niets mis mee. De man begroette de mensen met flair, deelde plaagstootjes uit en hij kon heel goed lachen met zijn eigen moppen. Aan die man vroeg ik waar hij zich professioneel met bezighoudt. Wat volgde was een verheerlijking van zijn eigen persoon, waarin ik meer info kreeg dan vroeg. Zo’n kwartier ging het over het bedrijf dat hij van de ondergang heeft gered, de moeilijke keuzes waar hij als CEO voor stond, de creativiteit die hij in zijn functie aan de dag moest leggen en blablablabla. Jaja, ik had te maken met een patser.

Je hebt patsers in alle maten en gewichten. Daarmee vertel ik niks nieuws. Maar er zijn een aantal zaken dat mij opvallen. Ten eerste: patsers zijn vaak zo hard met zichzelf bezig dat ze geen interesse tonen. Tenzij ze denken dat ze je kunnen overtroeven: een bedrijfswagen, het aantal jogkilometers, verantwoordelijkheden, connecties … Maakt niet uit wat, elk gesprek lijkt op een strijdveld voor de patser. Ten tweede: patsers hebben vaak een gebrek aan zelfrelativering. Je mag best trots zijn op jezelf, maar de zon straalt niet uit je hol. De geldingsdrang die daarmee gepaard gaat, vind ik ronduit vermoeiend. Ten derde: heel wat patsers kunnen het niet laten om meningen te spuien. Hoe harder en cassanter, hoe liever. Kijk maar eens naar de modder waarmee populistische politici op sociale media smijten. Ze vuren vaak een mening af zonder grondige kennis van zaken. Maakt hen allemaal niets uit. Ze willen gewoon likes, shares, clicks en een likkebaardende achterban.

De patser staat in schril contrast met mezelf. Ik blaas nooit hoog van mijn toren, omdat ik dat snel ervaar als aanstellerij. En ik vorm traag een mening. Hoe beter geïnformeerd ik ben, hoe makkelijker ik die opinie zal verkondigen. Maar ik benijd de gevatheid van sommige opscheppers. Om maar te zeggen dat het vaak je tegenpolen zijn die je beperkingen blootleggen. Ook dat verklaart waarschijnlijk waarom die patsers vaak in mijn allergiezone zitten. Dit gezegd zijnde, ik vind ze wél interessante fictieve personages. Misschien moet ik eens een verhaal schrijven over koetjes en kalfjes met een haantje in de hoofdrol. Een fabel dus, ja, dat lijkt me wel wat.

De onfortuinlijke tjiftjaf

Dit is een tjiftjaf (merci Google).

Ik dacht even dat het liedje van deze zangvogel was uitgezongen nadat hij tegen ons raam knalde. Hij landde bij de buren waar hij na enkele stuiptrekkingen als voor dood lag. Maar zijn buikje bewoog nog. We namen een doos en legden er wat keukenpapier in, klaar om naar het vogelopvangcentrum te gaan. Even later zat hij al recht. Als een coureur die verdwaasd naast zijn fiets staat na een valpartij. De buurvrouw pakte de tjiftjaf op en zette hem in de mand die je op de foto ziet. We zetten er water en vogelzaad bij. Het vogeltje sprong op de rand. Hij begon zijn hoofdje te bewegen. Eerst behoedzaam, dan alert. Hij kwam er door. Een half uurtje na de smak vloog hij weer weg, om dan meteen tegen het raam van de buren te knallen. Er zijn drie opties: 1. We hebben te maken met een suïcidale tjiftjaf. 2. Hij had ze nog niet alle vijf op een rij na raam één. 3. Deze tjiftjaf is de slimste niet. Hoe dan ook, we hebben hem in een afgesloten schoendoos gezet (merci Google) om hem te beschermen tegen zichzelf. Na een uurtje hebben we de doos opengedaan aan de vijver achter onze tuin. Hij had gegeten van de vogelzaadjes. De tjiftjaf zag er uitgerust en kwiek uit. Ik nam nog een foto en hij vloog als een pijl de bomen in. Het ga je goed, mijn gevederde vriend.

Tjiftjaf zag er toen nog wat nukkig uit.

Mijn stalen vriend

Weet je waarom deze kanjer straalt? Na zeven jaar is hij eindelijk verlost van zijn kinderstoel. Het moet voor hem een kwelling zijn geweest. Ik voelde het als we gingen fietsen. Alles verliep stroef. Hij ging gebukt onder een verantwoordelijkheid waar hij niet om vroeg. Zoals de eeuwige vrijgezel die ongewenst met een kind zit opgezadeld. Gisteren was het zijn wederopstanding. Hij bolde fantastisch. Zijn banden zaten vol energie. Samen jaagden we elektrische fietsen op, vlogen we ‘en danseuse’ over bruggen en trapten we een nieuwe fase op gang. Vandaag waren we weer vrij. Ik ben blij dat we elkaar hebben teruggevonden, mijn stalen vriend.

Afscheid in Berchem

Een Toyota stopt aan het station van Berchem. De bestuurster snelt uit de wagen. Ze neemt een computertas van de achterbank en stapt naar de koffer van de auto. Ze staat daar eerder dan haar passagier, een zestiger die ietwat gekromd en verwaaid aan komt gewandeld. Hij pakt een kleine trolley uit de koffer en neemt dan onhandig de computertas aan. Ze omhelzen elkaar. De vrouw staat met haar rug naar mij en ik zie hoe de man zijn hoofd op haar schouder legt, zijn ogen sluit en glimlacht. Hij klopt enkele keren behoedzaam op haar rug en laat haar dan los. Zijn hand is even gekreukt als zijn beige kostuumvest. De man wandelt op zijn gemak richting de achteringang van het station. Hij wuift naar de Toyota die ondertussen wacht aan het stoplicht. Net voor hij verdwijnt in de pendelende massa, zwaait hij opnieuw.

Ondertussen staat er een andere wagen geparkeerd. Alleen de passagierster stapt uit. Haar blik en mondhoeken zijn naar de grond gericht. Ze neemt een schoudertas uit de koffer. Zonder de wagen een blik te gunnen, stapt ze kordaat het station binnen. Ook dit is afscheid nemen. Ik denk terug aan de oudere man. Zou de perrondrukte hem al uit zijn omhelzing hebben gerukt? Op de achterbank vraagt mijn zoon me of we nog op tijd zullen zijn op school. Ik antwoord dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Hij zou eens moeten weten hoe hard ik ernaar uitkijk om hem aan de schoolpoort een stevige knuffel te geven.