Out of office

Een vriendin vroeg me gisteren om voor haar een originele out of office te bedenken. Ze is diensthoofd burgerzaken voor de gemeente Kapellen. Dit is het geworden.

Beste,

mijn hoofd is even buiten dienst.
De herstellingswerken zullen drie weken in beslag nemen.
Bedankt voor uw begrip en graag tot 26 augustus.

Uw diensthoofd burgerzaken,

Ineke

 

Doodsangst!

Plots springt het lampje aan.

Eieren schrikken,

yoghurt verstijft

en de melk trekt wit weg.

Toch is het vandaag

een plakje jonge kaas

met brute pech.

Free Solo

 

“It doesn’t feel that big a deal when you finally do it, because you put so much effort in. I mean the whole point is to make it feel not that crazy.” – Alex Honnold

Gisteren ging ik naar Cinema Cartoon’s om de bekroonde documentaire Free Solo van National Geographic te bekijken. De film toont de voorbereiding van rotsklimmer Alex Honnold om El Capitan, de bekendste klimmuur ter wereld, te bedwingen zonder touw. Dat betekent 900 meter loodrecht omhoog op eigen kracht en behendigheid, met enkel een krijtzakje als houvast. Dat is een unicum in de klimmerswereld. Mijn eerste reactie was dan ook: deze man is een onverantwoorde zot. Maar wel eentje die mij intrigeert. Ik ben over Alex beginnen lezen voorafgaand aan mijn cinemabezoek. Toen kwam ik te weten dat – hoe verrassend – heel wat uitstekende free climbers ondertussen gesneuveld zijn. Maar mijn mening over Alex stelde ik snel bij. De man is niet gek. Ik dacht vanuit mijn capaciteiten (ik kan mezelf amper optrekken aan een stang in een speeltuin) en dan lijkt zo’n klim inderdaad bovenmenselijk. Maar dit is Alex Honnold, een uitzonderlijk klimmer en persoonlijkheid die perfect weet waar hij mee bezig is. Iemand die de grenzen van zijn lichaam tot in de kleinste vezel kent en vooral, iemand die niets aan het toeval overlaat.

Sommige passages van El Capitan – El Cap onder de klimmers – heeft Alex wel zestig keer geoefend. Dat deed hij uiteraard met touw en klimpartner. Meerdere keren liep het fout. Dat hoort bij het leerproces. Maar als hij daar hangt zonder touw is het kleinste foutje sowieso fataal. Zijn klimbuddy Tommy verwoordt het treffend: “If you don’t get that gold medal, you’re going to die.” Geen zilver, geen brons, geen ‘goed geprobeerd, volgende keer beter’. Het toont aan dat het mentale aspect bij zo’n klim minstens even belangrijk is als de fysieke paraatheid. Alex Honnold heeft een mentaal pantser dat onbreekbaar lijkt. Het past bij de persoonlijkheid die we te zien krijgen. Alex lijkt geen man die uitblinkt in empathie. Hij is een klimmer die niets tussen hem en de rotsen laat komen. Over zijn vriendin Sannie zegt hij dat ze ‘leuk is om in de buurt te hebben’ en dat ze ‘zijn woonbusje opfleurt’. Maar écht binden? Dat lijkt Alex alleen aan zijn klimtouwen te doen. Zijn vriend Tommy zegt dat romantiek alleen maar kan zorgen voor barsten in dat pantser. Dat klinkt hard, maar in de voorbereiding van een bovenmenselijke klim kan ik mij daar wel iets bij voorstellen. Sannie uitte regelmatig haar ongerustheid, over de klim en over hun toekomst samen. Maar de prioriteiten van de klimmer liggen op de top van El Capitan, levend en wel.

En de klim zelf? Die is prachtig in beeld gebracht. Een bevriende cameraman die de prestatie met een telelens heeft vastgelegd, durfde bij momenten niet kijken. Deze beklimming was voor de filmcrew waarschijnlijk zenuwslopender dan voor Alex zelf. Ook in de bioscoop was de spanning te snijden. Iedereen wist nochtans dat het goed zou aflopen. Na elk moeilijke passage volgde een zucht, amai, djeezes of geschuif op stoelen. Het waren de passages die je ook zag in de beelden van zijn voorbereiding, toen het soms misliep. Er zijn secties waar Alex zich levend weet te houden via een kuiltje waarin zijn duim amper past of een spleet waarin hij zich omhoog wurmt. Uiteraard wist hij dat kuiltje en die spleet liggen, net zoals hij heel de route perfect uit het hoofd kende. Ik herhaal het nog even: deze man is niet gek.

Veel ervaren klimmers doen er twee of drie dagen over om de top van El Cap te bereiken. Alex Honnold deed het in 3 uur en 56 minuten. Enkele uren na de klim trok hij zich op aan een trainingsbord in zijn busje, ook wel hangboarding genoemd. Het is een trainingssessie die hij om de andere dag doet. De meest legendarische soloklim heeft daar niets aan veranderd. Het is de klimmer ten voeten uit. En deze documentaire? Die was letterlijk adembenemend.

Dit is de trailer.

Mijn muzikale top 5 van 2018

IMG_5768

Elk jaar tussen Kerst en Nieuwjaar maak ik een muzikale balans op. Aangezien ik dit jaar weinig plaatjes heb gekocht die in 2018 zijn uitgekomen, is het een top vijf in plaats van een top tien geworden. Ik neem je graag mee voor (alweer) een donkere trip die zowel melancholisch als troostend klinkt.

  1. Damien Jurado met The Horizon Just Laughed.

Wat een albumtitel. Ik zou ‘m zo willen stelen voor een gedicht. Op zijn laatste worp gaat de singer-songwriter uit Seattle voor pure eenvoud. We krijgen uitgeklede, akoestische pareltjes die zich als een warm dekentje rond je ziel wikkelen. Dit is een plaat waarmee ik gerust een tijdje wil ondergesneeuwd raken in een hutje in de bergen. (met een goedgevulde voorraadkast, tenminste)

https://www.youtube.com/watch?v=Zll5Gyp20I0

  1. Nils Frahm met All Melody

Ik schrijf graag in het gezelschap van Nils. Zijn minimalistische pianomuziek houdt me gefocust en inspireert me. In mijn hoofd worden zijn tonen omgezet in woorden. Op All Melody kiest de Duitser voor een experimenteler geluid dan op zijn vorige albums, met meerdere instrumenten en elektronica die de piano ondersteunen. De emotie blijft echter even intens. Deze plaat is warm, rijk en vakkundig ontdaan van overbodige franjes. Schrijven is schrappen. Bedankt om dat regelmatig in mijn oor te fluisteren, Nils.

https://www.youtube.com/watch?v=J44C184Dd7c

  1. Ben Howard met Noonday Dream

Surferboy Ben is misschien wel de bekendste muzikant uit dit lijstje. Hij heeft dit jaar zijn derde langspeler gemaakt en ze is veel donkerder dan zijn populaire debuut. Geen hitmateriaal zoals Keep You Head Up dus, maar complexere uitgesponnen songs met soundscapes en gitaren die zowel grillig, zalvend als dromerig durven zijn. Ben is een van die zeldzame muzikanten die me na ontelbare luisterbeurten nog steeds kippenvel kan bezorgen. Surfen op de golf van succes interesseert hem niet. En zo heb ik mijn artiesten het liefst.

https://www.youtube.com/watch?v=NzcV8HXE_EI

  1. Nothing met Dance On The Blacktop

Telkens deze Shoegaze-helden een album uitbrengen, eindigen ze in de top drie van mijn eindejaarslijstje. Er gaat veel nihilisme uit van hun repertoire. Voeg daar nog een scheut grunge aan toe en je hoort een dromerige versie van Nirvana. Dat is op dit derde album niet anders. We horen zweverige zang, veel reverb en een gitaarmuur die zelfs Trump de wenkbrauwen doet fronsen. Dit is muziek die een eigen definitie aan schoonheid geeft. Een soort van schoonheid die zich pas onthult als je de zwarte sluier voorzichtig optilt.

https://www.youtube.com/watch?v=RJhkZo5OCHE

  1. Emma Ruth Rundle met On Dark Horses

Toegegeven, ik luisterde vroeger zelden naar frontvrouwen. De Breeders en Courtney Love ten tijde van Hole waren uitzonderingen. Die kronkel heb ik gelukkig de deur gewezen. Elena Tonra van Daughter, Agnes Obel, Chelsea Wolfe … en nu ook Emma Ruth Rundle maken muziek die mij ontroert en vervoert, maar ook een sjot onder mijn gat geeft. Emma heeft een plaat gemaakt die van begin tot eind aan de ribben blijft plakken. Een rauwe plaat in vele opzichten; door de emoties, de vocale uithalen en de zware, slepende gitaren. Maar het album laat je ook op adem komen, wanneer doom ruimte maakt voor postrock. Alsof je in het oog van de storm zit. Het onheil is nooit ver weg. Dat maakt On Dark Horses niet alleen de beste, maar ook de spannendste plaat van 2018.

https://www.youtube.com/watch?v=obvHacBj6Sc

2018 – een sonnet

Deze wereld draait in de plasticsoep.
Onverschilligheid leidt tot weerextremen.
Onze stadslucht blijkt dodelijke troep.
We komen op straat om ’t klimaat te claimen.

Kinderbuikjes door oorlog uitgehold.
Jemen is van de wereld afgesneden.
Ook elders worden human rights gemold.
Trumps grenswacht grossiert in gruwelijkheden.

Vreemdelingenzaken zegt: less is more.
De Marracrash wordt een politiek wapen.
Michel valt twee keer en de show gaat door.
Les gillets jaunes moeten geld bijeenschrapen.

Goddank spelen de Duivels op een wolk.
Als we scoren zijn we even één volk.

 

Complimenten aan mezelf

 

Schermafbeelding 2018-12-16 om 21.08.34

“Een compliment geeft vleugels. Laat het geen eendagsvlieg zijn.”
Deze quote schreef ik eerder dit jaar naar aanleiding van wereldcomplimentendag.

Ik geloof in de kracht van complimenten. Ik geef en krijg ze graag. Ik wuif ze ook vaak weg. Want wat je goed doet in de ogen van anderen, vind je zelf vaak vanzelfsprekend. Toch geef ik complimenten een plaats in de vitrine van mijn geheugen. Als het vertrouwen mij in de steek laat, kijk ik ernaar. En dan zie ik mezelf groeien in haar reflectie. Naar aanleiding van de mooie blogpost van Kathleen heb ik de vitrine afgestoft. Ik geef jullie enkele complimenten mee die me al jaren plezieren. Hoe klein ze ook zijn. Here we go.

Come on, fist!” Tennismakkers noemden mij The Fist tijdens mijn tienerjaren. Ik gaf nooit op en maakte een vuist als ik mezelf wou oppeppen na een felbevochten punt. Die bijnaam heeft het beste in mij naar boven gemept.

Touché D’Anvers.” Tennisleraar vond dat ik een uitstekend balgevoel had.

In het zesde middelbaar kregen we van de leraar Nederlands de opdracht om het klaslokaal te beschrijven. Ik had toen niet veel met literatuur. Laat staan dat ik uit vrije wil schreef. Mijnheer Goossens las na de opdracht een passage uit mijn tekst voor. In mijn herinnering is het ook de enige tekst die hij heeft gebracht, maar ik kan mij vergissen. Ik vind het jammer dat ik die tekst niet bewaard heb. Het was iets met een ‘eeuwig traag tikkende klok’ en ‘stoffige boeken’.

De complimenten van de jury voor de vlotte schrijfstijl van mijn thesis. (ook al staan er veel schrijffouten in, dat merkte ik enkele jaren later).

De ex-collega’s van mijn eerste job die altijd uitkeken naar mijn ‘geanimeerd’ verslag van de vergadering.

Vrienden en kennissen die uit het niets zeggen dat ze mijn teksten graag lezen. En de erkenning van andere schrijvers, dichters, bloggers en kunstenaars. Jaja, het streelt mijn ego.

Vrienden die in de loop der jaren hebben gezegd dat ze trots op me zijn, of blij zijn dat ze mij kennen. En vrienden die het appreciëren dat ik zo kan genieten van kleine dagen.

Mijn moeder die zegt dat ik goed kan relativeren.

Mijn echtgenote die zegt dat ze bij mij tot rust komt.

Het enthousiasme van mijn kinderen als ik thuiskom.
Want complimenten worden niet altijd uitgesproken.

Nadenken over de lofredes die me zijn bijgebleven lucht op. Ik kan iedereen aanraden de oefening eens te maken. Want iedere persoon heeft een mooie vitrine op zijn of haar manier. Jullie geven die van mij alleszins extra glans. Merci.

Waarom ik niet zo van patsers hou

Afgelopen zomer was ik op een feestje waar ik weinig volk kende. Als introvert is dat altijd een beproeving. Ik praat namelijk niet graag over koetjes en kalfjes. Het is een mix van onkunde en onwil, om eerlijk te zijn. Daarom heb ik in de loop der jaren een strategie ontwikkeld die eruit bestaat vragen te stellen. Dat kost mij weinig moeite omdat ik in het algemeen geïnteresseerd ben in mensen. Als ik vragen stel, is het dus niet om de stilte te doorbreken. Ik heb geen probleem met woordeloze momenten, maar mijn gesprekspartners dikwijls wel. Die beginnen dan over koetjes en kalfjes.

Zo begon ik op dat feestje een gesprek met een oudere man omdat we plots en heel toevallig naast elkaar stonden. Hij was heel extravert, dat zag ik al toen hij op het feestje toekwam, en daar is zeker niets mis mee. De man begroette de mensen met flair, deelde plaagstootjes uit en hij kon heel goed lachen met zijn eigen moppen. Aan die man vroeg ik waar hij zich professioneel met bezighoudt. Wat volgde was een verheerlijking van zijn eigen persoon, waarin ik meer info kreeg dan vroeg. Zo’n kwartier ging het over het bedrijf dat hij van de ondergang heeft gered, de moeilijke keuzes waar hij als CEO voor stond, de creativiteit die hij in zijn functie aan de dag moest leggen en blablablabla. Jaja, ik had te maken met een patser.

Je hebt patsers in alle maten en gewichten. Daarmee vertel ik niks nieuws. Maar er zijn een aantal zaken dat mij opvallen. Ten eerste: patsers zijn vaak zo hard met zichzelf bezig dat ze geen interesse tonen. Tenzij ze denken dat ze je kunnen overtroeven: een bedrijfswagen, het aantal jogkilometers, verantwoordelijkheden, connecties … Maakt niet uit wat, elk gesprek lijkt op een strijdveld voor de patser. Ten tweede: patsers hebben vaak een gebrek aan zelfrelativering. Je mag best trots zijn op jezelf, maar de zon straalt niet uit je hol. De geldingsdrang die daarmee gepaard gaat, vind ik ronduit vermoeiend. Ten derde: heel wat patsers kunnen het niet laten om meningen te spuien. Hoe harder en cassanter, hoe liever. Kijk maar eens naar de modder waarmee populistische politici op sociale media smijten. Ze vuren vaak een mening af zonder grondige kennis van zaken. Maakt hen allemaal niets uit. Ze willen gewoon likes, shares, clicks en een likkebaardende achterban.

De patser staat in schril contrast met mezelf. Ik blaas nooit hoog van mijn toren, omdat ik dat snel ervaar als aanstellerij. En ik vorm traag een mening. Hoe beter geïnformeerd ik ben, hoe makkelijker ik die opinie zal verkondigen. Maar ik benijd de gevatheid van sommige opscheppers. Om maar te zeggen dat het vaak je tegenpolen zijn die je beperkingen blootleggen. Ook dat verklaart waarschijnlijk waarom die patsers vaak in mijn allergiezone zitten. Dit gezegd zijnde, ik vind ze wél interessante fictieve personages. Misschien moet ik eens een verhaal schrijven over koetjes en kalfjes met een haantje in de hoofdrol. Een fabel dus, ja, dat lijkt me wel wat.