2019 – een sonnet

Nog nooit kwamen zoveel mensen op straat.
Ze vochten vreedzaam voor hun burgerrechten.
Onze jeugd spijbelde voor het klimaat
in het zog van een meisje met twee vlechten.

In de laars voelden ze al nattigheid
waar Venetiaanse kunst dreigt te verzuipen.
Over het Kanaal weerklonk een afscheid.
Boris regeert, Theresa mocht afdruipen.

Ons land is in een impasse verzand.
Leeuwen brullen tegen kraaiende hanen.
Parijs zag zijn Notre-Dame uitgebrand.
‘t Westen deelde zijn virtuele tranen.

En zo zie je maar dat cultuur verbindt.
Besparen? ‘t Is een gek die het verzint.

Impasse

Dichteres Hilde Keteleer had ons de opdracht gegeven om een eigen variatie te schrijven op Impasse van Martinus Nijhoff (1894-1953). Een heel fijne opdracht onder de vleugels van de SchrijversAcademie.

 

Impasse

Wij staan in de Albert Heijn, zij en ik.
Ze vraagt me waar ik zin in heb vandaag.
Ik wrijf met mijn handen over mijn maag
en weet: diepvriespizza’s maken mij dik.

Zij heeft makkelijk praten met dat lijf
van haar, ik ben het vele jaren trouw.
Ik wil antwoorden: ik heb zin in jou.
Ze is dertig, ik zit al op tram vijf.

Ze schuift een vriezer open, grijpt naar naan,
zich hullend in een wolk die opwaarts schiet.
Het is vrijdag, ik denk aan het frietkraam

en de taco’s van onze Mexicaan.
Ja, we hebben voor minder geruzied.
Uiteindelijk zeg ik: ik weet het niet.

Tram 15

Ik zit op tram 15 rond 22u30. Van zodra hij bovengronds komt, begin ik bij de mensen thuis binnen te kijken. Ik ben niet uit op spannende taferelen die zich mogelijk achter de gordijnen afspelen. Ik krijg gewoon een warm gevoel van onbekende huiselijkheid. Ik zie veel opzichtige kroonluchters en spelende kindjes in de Joodse wijk, ik zie flatscreen-tv’s die kamers en gezichten oplichten, ik zie mensen door hun venster kijken, misschien wel naar een man in een tram met een gele jas aan die wat zit te krabbelen in een notitieboekje. En ik zie vooral veel warmte. Een warmte die even divers is als de inwoners van deze mooie stad. Ik zie ook de eerste kerstbomen. Er moet altijd iemand de eerste zijn en meestal gaan bedrijven die klanten ontvangen met deze eer lopen. Ik zie ook aanstellerige billboards van merken die het vermoedelijk op je eindejaarspremie gemunt hebben. Ondertussen snelt de tram weg van de stad, wordt het leven achter de gevels eentoniger, gaan de lichten uit en wordt mijn eigen reflectie opvallender. Ik denk aan mijn voorgevel en hoe ik die zal aantreffen als ik thuiskom. Er zal nog geen kerstversiering zijn, maar de kans is groot dat mijn vrouw in de zetel ligt te slapen in het gezelschap van een boek, dat mijn dochter dwars in haar bedje ligt zonder donsdeken en dat de armen en benen van mijn slapende zoon alle kanten opgaan. Over die warmte heb ik het.

Décadanse

 

Dit is het uur van de décadanse.
We dansen en we tasten en we jagen
loze beloftes door de neus. We breken
harten op een vloer die vele zielen heeft
versleten. Wat is het toch fijn

verdwijnen in de adem van een rookmachine,
waar we hangen aan lippen met fillers
en het fatsoen van ons lijf laten schrapen
door nagels met glitters. Hier is bedrog
bon ton o Dom Perignon!

Giet de glazen nog eens vol
illusies. We kussen hun wankele voeten
gevangen in stiletto’s en jagen ze op
tafels, wij menners van de show schieten
met iPhones hun waardigheid aan flarden.

We zijn uren na het uur van de décadanse.
We dansen en we jagen en we zien make-up
van m’as-tu-vu-vrouwen uitlopen als de nacht.
We hangen onze brede jassen over schouders
die we tot we ontwaken bij ons willen houden.

We dansen en we jagen en we ademen
op het ritme van de décadanse
and the beat goes on
the beat goes on
the beat goes on.

 

Dit gedicht is geïnspireerd op beelden uit het geweldige fotoboek Garden of delight van Nick Hannes.