Dank je, mijnheer Richter

Tijdens mijn late tienerjaren beheerste ik nog de kunst om albums te beluisteren. Ik bedoel dit: ik lag op mijn eenpersoonsbed naar het plafond te staren en alle aandacht ging naar de muziek. Uiteraard dwaalden mijn gedachten af. Gevoelige songs van o.a. Jeff Buckley en Coldplay deden me aan meisjes denken en zware gitaren hielpen me om twijfels en onzekerheden uit mijn hoofd te schudden. Maar het was mij toch vooral om de ontdekking van nieuwe muziek te doen. Ik luister vandaag nog steeds naar nieuwe releases, maar enkel wanneer ik bezig ben met andere dingen zoals poetsen, de was opplooien, lezen, schrijven of praten.

Tot vanavond dus.

Het huis slaapt en ik leg From Sleep van de hedendaagse componist Max Richter op de platenspeler. Ik vlij me neer in de sofa en ik trek het dromerige samenspel van piano en strijkers als een wollen plaid over me heen. De plaat draait me in een lichte trance en ik denk aan niks in het bijzonder, just like the old days. Even later weerklinkt enkel nog gekraak. Ik stap uit de verstilling, draai de plaat om en neem mijn notitieboekje. Ik schrijf op dat ik het nog kan, met dank aan mijnheer Richter. Ook al duurde het amper een zijde van een zalvende plaat.

Een half jaar freelancen (en nog niet failliet)

Toen ik de stap zette naar ondernemerschap, had ik mij daar van alles bij voorgesteld. Maar hoe zit het met de realiteit, na zes maanden Samson Schrijft? Ziehier het antwoord.

1 april 2021 was voor mij geen grap, maar serious business. Mijn eerste dag als voltijds zelfstandige mocht ik meteen aan de bak. Na die dag ging er een maand voorbij en nu zijn we plots een half jaar later. Maar het gaat goed, beste lezer. Ik ben nog niet failliet, klanten komen terug, ik heb wat coronavet van me afgeschud en ik (her)ken intussen meer ouders aan de schoolpoort. Ik blik even terug op de voorbije zes maanden.

Leve mijn netwerk!

Oké, ik trap een open deur in. Maar toch had ik nooit gedacht dat mijn netwerk zó belangrijk zou zijn voor de opstart van mijn eigen zaak. Ik heb mijn ondernemersplannen aan de grote klok gehangen. Dat werkt, want ik heb de voorbije maanden voor elke oud-werkgever – dat zijn er vier – opdrachten gedaan. Je netwerk aanspreken blijkt dus goud waard, tenzij je kickt op de geur van verbrande bruggen. Maar de meeste mensen deugen, zegt Rutger Bregman. En Rutger is een wijs man.

Thuiswerk bevalt me wel

Ik werk 80 à 90% van de tijd thuis. Thuis is waar mijn platenspeler staat. Thuis is waar ik dikke vriendjes ben met de tuinvogels. En thuis is het stil tot pakweg 16u, wat belangrijk is als je tussen het schrijven door uren door het venster staart. Maar thuis zijn er geen collega’s en dat mis ik soms. Dan begin ik tegen mezelf te praten: “Wat denkt ge Tonyboy, tijd voor een koffietje?” En “Misschien toch de chauffage eens opzetten hé man.” Of “Ik zou die paragraaf toch opsplitsen kerel.” Gelukkig is er ook nog de Taaltelefoon.

Meer tijd voor onbetaald werk

Nee, ik werk niet gratis als freelance copywriter. Ik maak tijdens de kantooruren wél meer tijd vrij voor andere dingen: mijn kinderen oppikken aan de schoolpoort (en ongehaast een praatje slaan met andere ouders), een klimaatgedicht schrijven voor het project Stadsgroen (waarover later meer), vrijwillig redactiewerk verrichten voor het lokale krantje van Natuurpunt, mijn ouders naar de luchthaven voeren, een printer kopen met mijn schoonmoeder  …  En meer bewegen! Want als zitten het nieuwe roken is, ben ik beroepshalve gedoemd mezelf in de vernieling te werken.

En nu, Samson Schrijft? Meer netwerken. Liefst op een manier die past bij mijn introverte aard. En dankbaar zijn, voor de kansen die mijn eerste klanten mij hebben gegeven. Dankzij hen blijf ik vrolijk verder doen. En als ik mijn eerste kaarsje als ondernemer uitblaas, zal er ongetwijfeld een nieuwe update volgen.

O ja, je leest sinds kort ook meer over mij en mijn werk op http://www.samsonschrijft.be.

De fleur van haar leven

Ik ken deze tuin bijna veertig jaar. De tijd tikt hier trager, rozen geuren naar herinneringen. Op het terras tikte ik jarenlang met mijn racket een balletje tegen de muur. Ik maakte er kampen van ligstoelen en kussens en liep me suf rond een boom die er niet meer staat. Ik was hier elke woensdagnamiddag tot ik de schoolbanken inruilde voor een bureau. Al die tijd werd het gazon omringd door bloemenpracht. Toen ik deze en andere foto’s nam, zei mijn grootmoeder me dat ik een maand eerder had moeten komen. Perfectionisme hoeft niet te slijten met de jaren. Deze tuin is haar erezaak. Haar rozen drijven de spot met vergankelijkheid. Want de tijd tikt hier trager, zoals de hartslag van een dankbare vrouw omgeven door de fleur van haar leven.

3 weken werken als zelfstandige in 3 paragrafen

Na drie weken werken als zelfstandige neem ik ‘tijdens de kantooruren’ voor het eerst de tijd om een plaat op te leggen en mij in de zonnige hoek van de zetel te nestelen met een mok koffie in mijn handen. Oorspronkelijk keek ik uit naar de zee van tijd genaamd april. Ik zou even gas terugnemen en eindelijk weer gedichten schrijven in daglicht. Het is anders uitgedraaid en dat is oké zo. Ik zou een rare zelfstandige zijn mocht ik zeggen dat ik liever geen werk heb. Het is druk geweest, ik heb zaken in gang gezet, ik heb gevloekt en geleerd en ik heb me trots maar ook naakt gevoeld. Ik zag het takenlijstje groeien. En af en toe waaiden er uit het niets ideeën mijn hoofd binnen, alsof ik de ramen na afwezigheid wagenwijd had opengezet om het boeltje te verluchten.

Het zelfstandigenstatuut geeft een gevoel van onzekerheid. Maar momenteel is het gevoel van onafhankelijkheid sterker. Ik voel me nu meer regisseur dan speler. Het is een prille verliefdheid, ik weet het, maar ik ben ervan overtuigd dat ik als freelancer mijn definitie van ambitie beter zal kunnen waarmaken. Want ambitie is voor mij geen carrièrewoord. Het is de zoektocht naar een leven zoals ik zelf vind dat het hoort. Wie ben ik? En wat doe ik hier? Schrijver Jeroen Olyslaegers stelde die vragen herhaaldelijk tijdens interviews. Ze zijn zowel pertinent als confronterend. Je kan er moeilijk een eenduidig antwoord op geven en je kan ze volgens mij best regelmatig opnieuw stellen. Misschien zouden wij in dat opzicht beter ‘zingeving’ dan ‘ambitie’ nastreven? Ook de planeet zou opgelucht ademhalen. Misschien kan zingeving zelfs onze grootste ambitie worden.

In de hoek van de zetel zijn mijn gedachten ook bij een vriend wiens jongere zus onverwacht en veel te vroeg is gestorven. We zijn allemaal kwetsbaar en gelukkig staan we daar niet te vaak bij stil. Maar het mag ons wel aanvuren om een leven te leiden zoals we dat zelf het liefst zouden willen, binnen de grenzen van onze mogelijkheden. Of er minstens over nadenken en op zoek gaan naar onze eigen zingeving in plaats van simpelweg te aanvaarden dat het leven ‘is wat het is’. De meesten onder ons hebben die luxe. Het is zoals mijn plaat die naar een einde is gedraaid; gelukkig is er altijd een B-zijde.

Surfer

Ik scrol op Facebook zoals ik vroeger zapte: breinloos. Mijn duim mag uiteindelijk uitrusten op een strand in Bali. Gebronzeerde jongens en meisjes huppelen met hun plankje langs de vloedlijn en ik denk terug aan mijn vroege tienerjaren. In mijn puberbeleving was niemand cooler en ongenaakbaarder dan een surfer. Lekker dollen met metershoge golven, je moet het maar durven. En dan die jaloersmakend gebleekte lange manen die altijd in de juiste richting wapperen. Het leidde ertoe dat ik mijn moeder vroeg om shampoo met kamille-extract te kopen. Tel daar nog de baggy shorts en T-shirts van surfmerken als Quicksilver, O’Neill en Billabong bij en ik werd een wannabe eerste klas.

Tijdens een zomervakantie aan de Azurenkust kochten mijn ouders me een bodyboard. Dat had niet het charisma van een surfplank, maar het was wel stoerder dan de opblaasbare matras waarmee ik het tot dan moest stellen. Ik bracht die vakantie van ’s morgens tot ‘s avonds in het zoute water door. De golven waren nochtans meelijwekkend. Ik moest wachten tot een groot schip voorbij de horizon gleed voor extra deining. Maar als ik in slaap viel, voelde ik de golfjes opnieuw over mij heen rollen. Ik vond het fijn om op die manier de nacht te omarmen.

Vele jaren later, in 2008, ervoer ik hetzelfde in een tentje op een camping aan de Atlantische kust. Ik verbleef er met mijn lief (nu mijn vrouw) en vrienden in Lacanau. De kust was onstuimig. Met mijn surfboard onder de arm waande ik me de surfer die tot dan zo onbereikbaar was. Elke dag tegen de golven in pedellen, positie kiezen, 180° draaien, omkijken en dan op het juiste moment aanzetten, rechtkomen en … meteen kopje onder gaan. Als ik pech had kreeg ik bovendien het surfboard tegen m’n afgepeigerde smikkel. Neen, ik had geen talent. Maar de drang om het keer op keer opnieuw te proberen was onweerstaanbaar. Het onbereikbare heeft een grote aantrekkingskracht.

Dit jaar word ik veertig. Als ik toch nog een weelderige surfcoupe wil, zal ik eerst een Turkse haarkliniek moeten bezoeken om nadien blonde highlights te laten zetten. Dat zal er nooit van komen. Daar mag je zo zeker van zijn als van eb en vloed. Maar het bodyboard uit mijn puberjaren heb ik nog steeds in mijn bezit. Voor de kinderen uiteraard, dat maak ik mezelf wijs. Want eerlijk gezegd kan ik niet wachten om zélf met het kinderplankje de Noordzee te bestormen. Nu nog wachten op een zomer zonder meelijwekkende golven.

It was a good day

Ik haal het in m’n hoofd om mijn zoon te laten kennismaken met hiphop uit de jaren negentig. Ik laat Triumph van The Wu-Tang Clan uit de speakers knallen en we beginnen te dansen zoals stoere rappers dat doen. De dochter vlucht naar haar kamer en een halve song later spurt haar broer ook de trap op. Mij niet gelaten. Ik zit lekker in de groove. Twee dikke duiven op het tuinhek kijken me achteloos aan terwijl de ene na de andere klassieker met vette rhymes mijn lijf ophitst tot een bespottelijke scène in de woonkamer. Van de Clan gaat het naar Dr. Dre, Tupac Shakur, Jurassic 5 … De linkse duif heeft er genoeg van en keert me de rug toe. De rechtse duif volhardt in onverschilligheid. Ik zet het geluid nóg een tikje harder als Ice Cube aan de beurt is en ik zing mee: today was a good day.

Today was a good day.

De Letterkoek gaat viraal!

Mevrouw C. stuurde mij deze ochtend een vriendschapsverzoek op Facebook. Ze had twee quotes van me gedeeld met de Facebookgroep ‘VRT Taal’, een forum bestaande uit een bont gezelschap taalliefhebbers (van schuimbekkende taalpuristen tot likers van woordspelingen en quotes). Toen mevrouw C. De Letterkoek had ontmaskerd, kreeg ik de vraag of ze me mocht vermelden. ‘Graag’, schreef ik, mijn ego en het auteursrecht indachtig. ‘Tof dat je mijn schrijfsels deelt’, voegde ik er dankbaar aan toe. Ik ben dan meteen gaan piepen op het forum om vervolgens met verbazing vast te stellen dat een van de twee quotes een eigen leven is gaan leiden op Facebook, vóór de bronvermelding weliswaar. En hoewel ik het aanvankelijk jammer vond dat ik nergens werd vermeld bij een eigen schrijfsel dat nog nooit zo viraal* ging, geniet ik omdat ‘veel’ mensen er zich mee verbonden voelden. Het was plots mijn quote niet meer, maar eentje van iedereen. Daar ben ik dankbaar voor. Hulde aan mevrouw C.!

*Ik weet het, de cijfers zijn niet spectaculair, maar zo veel exposure heb ik op sociale media nog nooit gehad.

Zondag jogdag

Vandaag zijn we in het park van Hove gaan joggen. Na een rondje ruilen de kinderen het looppad in voor de speeltuin. Annelies en ik joggen verder. Op een gegeven moment vliegt een voetbal onze richting uit, recht de beek in. Gezwind loop ik tussen de bomen naar de beek om vervolgens met mijn benen een brug te maken over het waterloopje. Ik buk me om de bal uit het roestbruine water te plukken. Ik geraak er niet. De spanning op mijn liezen bouwt zich op. De puber die aan het sjotten was, komt intussen aangerend. Laat je niet kennen, Antony. Ik hoor het mezelf denken. Een beetje dieper door de beentjes dan maar. Ik kom niet verder dan een schampschot met mijn vingertoppen. Bijna! Annelies heeft onderwijl achter mij postgevat. Nog een poging. Ai, de liezen lijken het niet te trekken. Ik kom weer recht en draai me naar de jongen, mezelf verontschuldigend dat de veertig in zicht is. De jongen bedankt me uitvoering voor de moeite. Enfin, hij bedankt ons. Want de voetbal vliegt voorbij mijn gezichtsveld zijn richting uit. Annelies had hem uit de beek gevist. Ik hoorde haar zuchten noch kreunen van de inspanning. Het moet vlotjes gegaan zijn. Ik besluit een extra rondje te lopen om het voorval te verwerken.

Tandartsbezoek

Ik lig neer op de stoel van de tandarts. De radio speelt Crazy van Aerosmith en ik sluit mijn ogen. Ik zit op de rand van mijn bed te staren naar Alicia Silverstone in een videoclip op MTV. Liv Tyler is er ook bij maar dat is bijzaak. Ik zit naast Alicia in een cabriolet, ruik bij vlagen de shampoo van haar wapperende manen en we lachen de wereld blij. We springen naakt in een meertje en doen wat van spetter spat. Op de rand van het bed beeld ik me in hoe een tongzoen proeft. Het is mijn eerste idee van wat verliefdheid is. ‘Geef een seintje als het pijn doet.’ Ik lig op de stoel van de tandarts en open mijn ogen. Een traan welt op. Met Alicia is het nooit iets geworden. Een cabriolet is niets voor mij. Maar als ik straks huiswaarts keer, voelt mijn mond fris als een bergmeertje.

Deze ochtend

Deze ochtend blijf ik wat langer in bed liggen, alleen met mijn ademhaling. Ik vind dat bijzonder therapeutisch. Ik hoor voetstappen van passanten en de flarden tekst die ze als ballonnetjes voor ons venster oplaten, het gekras van kraaien dat het getjilp overstemt, de kinderen in de living die genade kennen voor hun soezende vader in tegenstelling tot de tractor die zijn ontwaken aan flarden buldert. Ik open mijn ogen en ik zie de grijze wolkenmassa breken in stukken met gouden randen waarachter het hoge blauw. Ik meen in de lucht een gezicht te herkennen. Het kijkt op me neer en lijkt me te willen zeggen: “Het is goed geweest. Sta nu maar op, kerel.”