SchrijversAcademie

Nieuws van het poëziefront! In september start ik met de tweejarige opleiding poëzie aan de SchrijversAcademie van Creatief Schrijven. Mijn doel? Bijleren, geïnspireerd worden en werken aan die eerste bundel.

Hieronder vinden jullie de motivatiebrief die ik stuurde. Zo krijgen jullie een beter zicht op mijn poëtische plannen. Die brief verzond ik samen met een selectie van zes teksten die het best passen bij de bundel die ik voor ogen heb. Dat zijn: nachtkastje, leegstand, vliegtuigmodus, vanavond laten wij de hemel blozen, roze als beenham en onverzettelijke traagheid.

Beste jury,

zes jaar geleden schreef ik een brief aan mezelf. Het was een opdracht in functie van het Basisjaar Literair Schrijven. Als ik de brief nu lees, denk ik terug aan de tweestrijd die ik toen ervoer. Ik wou me op aanraden van docent John Vervoort kandidaat stellen voor de SchrijversAcademie, maar het was op dat moment te hectisch in mijn leven. Nu schrijf ik meer dan ooit (7 à 10u), ook al is het nog even druk als toen. Maar er is geen tv meer en ik heb leren schrijven op momenten dat het huis slaapt. Mijn teksten variëren van poëzie tot proza, van quotes tot song- en autobiografische teksten en alles ertussen. Steeds vaker vloeien er gedichten uit mijn pen. Poëzie is een noodzaak geworden. En daar wil ik met plezier tien uur per week aan wijden.

Ik heb een literair project voor ogen. Ik wil het gewone leven en de kleine dagen eren met poëtische teksten die herkenbaarheid oproepen. Ik wil schijnbaar banale situaties bijzonder maken en een lans breken voor traagheid en reflectie in een snel veranderende wereld. De teksten die ik bij deze motivatiebrief voeg, passen binnen mijn literair project. Het zijn trouwens gedichten die ik graag op een podium breng. Zo stond ik het voorbije halfjaar op verschillende ‘podia voor woord’: Ballonnenvrees (Mechelen), De Sprekende Ezels (Turnhout), Zeghetmettekst (Hasselt), Smeltkroezen (NL), Hotsy Totsy (Gent) en Winteroogst (Antwerpen). Ik deed ook mee aan de wedstrijd DichtSlamRap in het Nederlandse Boxtel, waar ik een van de twee winnaars werd in de prefinale en de top vijf haalde in de finale.

Waar ik op dit moment sta? Ik ben ervan overtuigd dat ik de laatste jaren progressie heb gemaakt in de zoektocht naar mijn eigen literaire stem. Dat merk ik ook aan de feedback van andere (podium)dichters en de juryleden van DichtSlamRap. Maar ik haal niet het niveau van de dichters die ik graag lees. Het kan scherper, origineler en eigenzinniger. En dan kijk ik graag naar de SchrijversAcademie om mij daarbij te helpen. Ik wil mijn literaire valkuilen beter leren omzeilen, weten waar in het literaire veld ik mij bevind en mij simpelweg laten inspireren.

Binnen twee jaar hoop ik een manuscript in handen te hebben waarmee ik naar uitgeverijen kan stappen. Van enkele gedichten wil ik ook een muzikale versie maken die ik bij de bundel als gratis download zou voegen. Via deze link vind je een garage-opname van het gedicht Onderstroom. De kwaliteit van de opname is bepaald niet professioneel, maar zo krijg je een idee.

Ik heb de voorbije jaren verschillende opleidingen gevolgd bij Creatief Schrijven. Als ik de cursussen zakelijk schrijven niet meereken, gaat het over: Basisjaar Literair Schrijven (2012-2013), scenario schrijven en column schrijven. De laatste jaren schrijf ik vooral poëzie en poëtische proza. Het is de weg die ik verder wil inslaan. Het is ook het genre waar ik het meeste voldoening uit haal als schrijver.

Enkele publicaties waar ik trots op ben: Top 100 Turing Gedichtenwedstrijd (2019), Het Gezeefde Gedicht (2018), eentweepowezie.be (2019), vier keer Tip Van De Week op Azertyfactor (waarvan 3 maal in 2018), Poemtata poëziebundel (2017), GEOOGST (online initatief van Zeghetmettekst, 2017), magazines van De Standaard en Het Nieuwsblad naar aanleiding van een schrijfwedstrijd van het Agentschap voor Natuur en Bos (2010).

Om mijn kansen bij een uitgeverij te vergroten, zal ik de komende maanden en jaren ook teksten sturen naar literaire magazines zoals Kluger Hans, Tijdschrift Ei enz. 

Zo. Nu ligt het in jullie handen. Ik duim voor mezelf tot ik kramp krijg.

Hartelijk,

Antony

 

Advertenties

De reuzenalbatros

Het was in het voorjaar van 2008. We zaten op een strand in Kaikoura, Nieuw-Zeeland, onder een staalblauwe hemel met een Seafood Basket in onze handen. We werden gebeld door een lokaal toerismebureau om te melden dat onze excursie naar de albatrossen op zee doorging. Een uurtje later zaten we op een klein bootje enkele kilometers van de fabelachtige kust. We zagen vogels met 3,5 meter spanwijdte door de lucht suizen en van dichtbij zaten ze te vechten om voedsel. Ik heb zelfs een (mislukte) foto waarbij een albatros landt op het water met op de achtergrond een dusky dolfijn die een pirouette draait in de lucht. Alles was perfect. Toen we die avond naar onze volgende bestemming reden met de ondergaande zon en de gloed van de dag op ons gezicht, zagen we in elkaars ogen dat dit een dag was om nooit meer te vergeten.

Vandaag kreeg ik voor Vaderdag een pin van de reuzenalbatros. Ik ben daar erg blij mee omdat ik die dag een beetje heb herbeleefd. Het is elf jaar later nog steeds een van de meest memorabele momenten uit mijn leven.

Stuurloos

We zijn minder beschaafd in de rol van chauffeur. Alsof er een chemische reactie in onze hersenen plaatsvindt van zodra we de motor starten. Ik spreek uit ondervinding, als bestuurder onder de bestuurders. De ene chauffeur is sneller geprikkeld dan de andere, maar het is duidelijk dat we ons vaak overdreven expressief uitdrukken wanneer een verkeerssituatie ons niet zint. Ik geef enkele redenen.

Je moet je punt maken met gebaren. Dat maakt het moeilijk om nuances te leggen. Populaire uitspattingen zijn: met opengesperde ogen (en soms ook mond) de wijsvinger tegen het voorhoofd tikken, neen knikkend je gezicht in je handen graven (wat mij gevaarlijk lijkt op de openbare weg) en de middelvinger, al dan niet met bijbehorende verwensingen die je door hun eenvoud en gangbaar gebruik makkelijk kan liplezen.

Autorijden is een overlevingstocht, vooral tijdens de spitsuren. We staan op scherp als we door de straten van een betonnen jungle laveren. Fouten maken kan dan ook zware gevolgen hebben. Maar je zit ook beschermd. Je kan je wagen vergrendelen en niemand weet wie je bent. Het enige dat tegen je gebruikt kan worden, is je nummerplaat. Dat heeft tot gevolg dat sommigen onder ons zich ongenaakbaar voelen achter hun stuur. En als de situatie écht uit de hand dreigt te lopen, kan je nog altijd wegstuiven gelijk een cowboy te paard.

En hoe is het met míjn rijgedrag gesteld? Meestal goed. Ik ben een gezapige chauffeur die voldoende afstand houdt en de snelheidslimieten respecteert. Ik maak me vooral druk wanneer andere chauffeurs in mijn gat plakken en zich kwaad maken omdat het voor hen niet snel genoeg gaat. Ik zal mijn ongenoegen alleen uiten als de tegenpartij begonnen is. Dan reageer ik soms voor ik heb nagedacht. Meestal met een blik die je in woorden het best kan omschrijven als wadistjong!

Een keer ging ik een stapje verder. Ik had onze auto op een parkeerplaats voor personen met een handicap gezet. Het was maar voor enkele minuutjes. Omdat we geen andere parkeerplaats vonden en we veel moesten uitladen, waaronder onze baby-dochter die toen enkele dagen in het ziekenhuis had gelegen. Toen ik mij net had geparkeerd, kwam een auto aangereden met een bejaard koppel in. De chauffeur zag rood van woede en ongeloof. En maar gesticuleren. Met een Maxi-Cosi, verzorgings- en boodschappentassen in onze handen gebaarden mijn vrouw en ik dat het maar voor even was. En dat ik meteen weer weg zou rijden. Er was trouwens nog een plekje voor personen met een handicap vrij. Maar dit was duidelijk een principekwestie. De oude man stond op ontploffen. Ik kreeg het op mijn heupen, zette de boodschappen neer en stapte stoerder dan ooit (denk aan slowmotionbeelden van een actieheld die naar de camera toe komt gewandeld om de wereld te redden) naar de fulminerende man. Ik moet indruk hebben gemaakt, want hij zat er plots als versteend bij, schoof zijn autoraampje toe en reed achteruit van me weg. Mijn vrouw lag in een deuk. Zo kent ze mij niet. Zelden was ik zo lachwekkend in haar ogen. Het zoveelste bewijs dat agressieve uitlatingen niet in mijn natuur liggen. Maar in de ogen van één koppel zal ik voor altijd crapuul zijn.

Zwerfvuilactie

Vandaag kwamen Otto-Jan en ik op straat voor het klimaat. Niet door te betogen, wel door mee te doen met een zwerfvuilactie van Natuurpunt. Regen of niet, Otto-Jan was in zijn nopjes. Met zijn klimaatzwaard greep hij elk stukje ecologische onverschilligheid bij de kraag. Vooral verpakkingen van Snickers, chips en ander snoepgoed vielen bij hem in de smaak. Verder zagen we blikjes, doekjes en vooral sigarettenpeuken langs de fietsostrade in Lint. Af en toe kwamen er mensen voorbij die hun duim opstaken of ons bedankten voor het werk. Vooral de goedkeurende blik van twee agenten deed Otto-Jan glunderen.

Uiteraard doen we dit voor de natuur en niet voor de schouderklopjes, maar ik ben blij dat Otto-Jan zelf heeft ondervonden dat je vaak iets terugkrijgt voor een nobele daad. En dat is dankbaarheid.

Foto: Nick Schryvers

Complimenten aan mezelf

 

Schermafbeelding 2018-12-16 om 21.08.34

“Een compliment geeft vleugels. Laat het geen eendagsvlieg zijn.”
Deze quote schreef ik eerder dit jaar naar aanleiding van wereldcomplimentendag.

Ik geloof in de kracht van complimenten. Ik geef en krijg ze graag. Ik wuif ze ook vaak weg. Want wat je goed doet in de ogen van anderen, vind je zelf vaak vanzelfsprekend. Toch geef ik complimenten een plaats in de vitrine van mijn geheugen. Als het vertrouwen mij in de steek laat, kijk ik ernaar. En dan zie ik mezelf groeien in haar reflectie. Naar aanleiding van de mooie blogpost van Kathleen heb ik de vitrine afgestoft. Ik geef jullie enkele complimenten mee die me al jaren plezieren. Hoe klein ze ook zijn. Here we go.

Come on, fist!” Tennismakkers noemden mij The Fist tijdens mijn tienerjaren. Ik gaf nooit op en maakte een vuist als ik mezelf wou oppeppen na een felbevochten punt. Die bijnaam heeft het beste in mij naar boven gemept.

Touché D’Anvers.” Tennisleraar vond dat ik een uitstekend balgevoel had.

In het zesde middelbaar kregen we van de leraar Nederlands de opdracht om het klaslokaal te beschrijven. Ik had toen niet veel met literatuur. Laat staan dat ik uit vrije wil schreef. Mijnheer Goossens las na de opdracht een passage uit mijn tekst voor. In mijn herinnering is het ook de enige tekst die hij heeft gebracht, maar ik kan mij vergissen. Ik vind het jammer dat ik die tekst niet bewaard heb. Het was iets met een ‘eeuwig traag tikkende klok’ en ‘stoffige boeken’.

De complimenten van de jury voor de vlotte schrijfstijl van mijn thesis. (ook al staan er veel schrijffouten in, dat merkte ik enkele jaren later).

De ex-collega’s van mijn eerste job die altijd uitkeken naar mijn ‘geanimeerd’ verslag van de vergadering.

Vrienden en kennissen die uit het niets zeggen dat ze mijn teksten graag lezen. En de erkenning van andere schrijvers, dichters, bloggers en kunstenaars. Jaja, het streelt mijn ego.

Vrienden die in de loop der jaren hebben gezegd dat ze trots op me zijn, of blij zijn dat ze mij kennen. En vrienden die het appreciëren dat ik zo kan genieten van kleine dagen.

Mijn moeder die zegt dat ik goed kan relativeren.

Mijn echtgenote die zegt dat ze bij mij tot rust komt.

Het enthousiasme van mijn kinderen als ik thuiskom.
Want complimenten worden niet altijd uitgesproken.

Nadenken over de lofredes die me zijn bijgebleven lucht op. Ik kan iedereen aanraden de oefening eens te maken. Want iedere persoon heeft een mooie vitrine op zijn of haar manier. Jullie geven die van mij alleszins extra glans. Merci.

Waarom ik niet zo van patsers hou

Afgelopen zomer was ik op een feestje waar ik weinig volk kende. Als introvert is dat altijd een beproeving. Ik praat namelijk niet graag over koetjes en kalfjes. Het is een mix van onkunde en onwil, om eerlijk te zijn. Daarom heb ik in de loop der jaren een strategie ontwikkeld die eruit bestaat vragen te stellen. Dat kost mij weinig moeite omdat ik in het algemeen geïnteresseerd ben in mensen. Als ik vragen stel, is het dus niet om de stilte te doorbreken. Ik heb geen probleem met woordeloze momenten, maar mijn gesprekspartners dikwijls wel. Die beginnen dan over koetjes en kalfjes.

Zo begon ik op dat feestje een gesprek met een oudere man omdat we plots en heel toevallig naast elkaar stonden. Hij was heel extravert, dat zag ik al toen hij op het feestje toekwam, en daar is zeker niets mis mee. De man begroette de mensen met flair, deelde plaagstootjes uit en hij kon heel goed lachen met zijn eigen moppen. Aan die man vroeg ik waar hij zich professioneel met bezighoudt. Wat volgde was een verheerlijking van zijn eigen persoon, waarin ik meer info kreeg dan vroeg. Zo’n kwartier ging het over het bedrijf dat hij van de ondergang heeft gered, de moeilijke keuzes waar hij als CEO voor stond, de creativiteit die hij in zijn functie aan de dag moest leggen en blablablabla. Jaja, ik had te maken met een patser.

Je hebt patsers in alle maten en gewichten. Daarmee vertel ik niks nieuws. Maar er zijn een aantal zaken dat mij opvallen. Ten eerste: patsers zijn vaak zo hard met zichzelf bezig dat ze geen interesse tonen. Tenzij ze denken dat ze je kunnen overtroeven: een bedrijfswagen, het aantal jogkilometers, verantwoordelijkheden, connecties … Maakt niet uit wat, elk gesprek lijkt op een strijdveld voor de patser. Ten tweede: patsers hebben vaak een gebrek aan zelfrelativering. Je mag best trots zijn op jezelf, maar de zon straalt niet uit je hol. De geldingsdrang die daarmee gepaard gaat, vind ik ronduit vermoeiend. Ten derde: heel wat patsers kunnen het niet laten om meningen te spuien. Hoe harder en cassanter, hoe liever. Kijk maar eens naar de modder waarmee populistische politici op sociale media smijten. Ze vuren vaak een mening af zonder grondige kennis van zaken. Maakt hen allemaal niets uit. Ze willen gewoon likes, shares, clicks en een likkebaardende achterban.

De patser staat in schril contrast met mezelf. Ik blaas nooit hoog van mijn toren, omdat ik dat snel ervaar als aanstellerij. En ik vorm traag een mening. Hoe beter geïnformeerd ik ben, hoe makkelijker ik die opinie zal verkondigen. Maar ik benijd de gevatheid van sommige opscheppers. Om maar te zeggen dat het vaak je tegenpolen zijn die je beperkingen blootleggen. Ook dat verklaart waarschijnlijk waarom die patsers vaak in mijn allergiezone zitten. Dit gezegd zijnde, ik vind ze wél interessante fictieve personages. Misschien moet ik eens een verhaal schrijven over koetjes en kalfjes met een haantje in de hoofdrol. Een fabel dus, ja, dat lijkt me wel wat.

Mijn stalen vriend

Weet je waarom deze kanjer straalt? Na zeven jaar is hij eindelijk verlost van zijn kinderstoel. Het moet voor hem een kwelling zijn geweest. Ik voelde het als we gingen fietsen. Alles verliep stroef. Hij ging gebukt onder een verantwoordelijkheid waar hij niet om vroeg. Zoals de eeuwige vrijgezel die ongewenst met een kind zit opgezadeld. Gisteren was het zijn wederopstanding. Hij bolde fantastisch. Zijn banden zaten vol energie. Samen jaagden we elektrische fietsen op, vlogen we ‘en danseuse’ over bruggen en trapten we een nieuwe fase op gang. Vandaag waren we weer vrij. Ik ben blij dat we elkaar hebben teruggevonden, mijn stalen vriend.