Peper en zout

Af en toe haal ik het in mijn hoofd om mijn baard te scheren. Ik neem mijn zilvergrijze Kemei ‘hair clipper’ uit de lade en begin eraan. Plukjes haar landen in de wastafel. Ik zie meer zout dan peper in vergelijking met de vorige scheerbeurt, enkele jaren geleden. Mijn snor is traditiegetrouw de laatste haarstrook die eraan moet geloven. Tenminste, ik laat hem even staan om mijn vrouw te koeioneren. “Ik heb nog eens zin in een snor”, zeg ik, smalend met mijn kersverse hipsterkop. Ze kijkt me aan met een blik, tja hoe zeg je dat, met een blik die ergens het midden houdt tussen afgrijzen en spot? Ook de kinderen zijn getuige van deze klucht. Mijn zoon schatert het uit terwijl zijn wijsvinger mij schokkend onder schot houdt. Mijn dochter begint te huilen. Het zieltje houdt niet echt van mijn metamorfoses. Ik snel naar haar toe en zeg haar dat ik de snor meteen zal afscheren. Zo gezegd, zo gedaan. Ik laat me opnieuw keuren door mijn huisgenoten alsof ik nieuwe kleren aanheb. “En?”, vraag ik. Stilte. Het gemis van een baard was nog nooit zo voelbaar in dit huis.

Dank je, mijnheer Richter

Tijdens mijn late tienerjaren beheerste ik nog de kunst om albums te beluisteren. Ik bedoel dit: ik lag op mijn eenpersoonsbed naar het plafond te staren en alle aandacht ging naar de muziek. Uiteraard dwaalden mijn gedachten af. Gevoelige songs van o.a. Jeff Buckley en Coldplay deden me aan meisjes denken en zware gitaren hielpen me om twijfels en onzekerheden uit mijn hoofd te schudden. Maar het was mij toch vooral om de ontdekking van nieuwe muziek te doen. Ik luister vandaag nog steeds naar nieuwe releases, maar enkel wanneer ik bezig ben met andere dingen zoals poetsen, de was opplooien, lezen, schrijven of praten.

Tot vanavond dus.

Het huis slaapt en ik leg From Sleep van de hedendaagse componist Max Richter op de platenspeler. Ik vlij me neer in de sofa en ik trek het dromerige samenspel van piano en strijkers als een wollen plaid over me heen. De plaat draait me in een lichte trance en ik denk aan niks in het bijzonder, just like the old days. Even later weerklinkt enkel nog gekraak. Ik stap uit de verstilling, draai de plaat om en neem mijn notitieboekje. Ik schrijf op dat ik het nog kan, met dank aan mijnheer Richter. Ook al duurde het amper een zijde van een zalvende plaat.

It was a good day

Ik haal het in m’n hoofd om mijn zoon te laten kennismaken met hiphop uit de jaren negentig. Ik laat Triumph van The Wu-Tang Clan uit de speakers knallen en we beginnen te dansen zoals stoere rappers dat doen. De dochter vlucht naar haar kamer en een halve song later spurt haar broer ook de trap op. Mij niet gelaten. Ik zit lekker in de groove. Twee dikke duiven op het tuinhek kijken me achteloos aan terwijl de ene na de andere klassieker met vette rhymes mijn lijf ophitst tot een bespottelijke scène in de woonkamer. Van de Clan gaat het naar Dr. Dre, Tupac Shakur, Jurassic 5 … De linkse duif heeft er genoeg van en keert me de rug toe. De rechtse duif volhardt in onverschilligheid. Ik zet het geluid nóg een tikje harder als Ice Cube aan de beurt is en ik zing mee: today was a good day.

Today was a good day.

Zondag jogdag

Vandaag zijn we in het park van Hove gaan joggen. Na een rondje ruilen de kinderen het looppad in voor de speeltuin. Annelies en ik joggen verder. Op een gegeven moment vliegt een voetbal onze richting uit, recht de beek in. Gezwind loop ik tussen de bomen naar de beek om vervolgens met mijn benen een brug te maken over het waterloopje. Ik buk me om de bal uit het roestbruine water te plukken. Ik geraak er niet. De spanning op mijn liezen bouwt zich op. De puber die aan het sjotten was, komt intussen aangerend. Laat je niet kennen, Antony. Ik hoor het mezelf denken. Een beetje dieper door de beentjes dan maar. Ik kom niet verder dan een schampschot met mijn vingertoppen. Bijna! Annelies heeft onderwijl achter mij postgevat. Nog een poging. Ai, de liezen lijken het niet te trekken. Ik kom weer recht en draai me naar de jongen, mezelf verontschuldigend dat de veertig in zicht is. De jongen bedankt me uitvoering voor de moeite. Enfin, hij bedankt ons. Want de voetbal vliegt voorbij mijn gezichtsveld zijn richting uit. Annelies had hem uit de beek gevist. Ik hoorde haar zuchten noch kreunen van de inspanning. Het moet vlotjes gegaan zijn. Ik besluit een extra rondje te lopen om het voorval te verwerken.

Tandartsbezoek

Ik lig neer op de stoel van de tandarts. De radio speelt Crazy van Aerosmith en ik sluit mijn ogen. Ik zit op de rand van mijn bed te staren naar Alicia Silverstone in een videoclip op MTV. Liv Tyler is er ook bij maar dat is bijzaak. Ik zit naast Alicia in een cabriolet, ruik bij vlagen de shampoo van haar wapperende manen en we lachen de wereld blij. We springen naakt in een meertje en doen wat van spetter spat. Op de rand van het bed beeld ik me in hoe een tongzoen proeft. Het is mijn eerste idee van wat verliefdheid is. ‘Geef een seintje als het pijn doet.’ Ik lig op de stoel van de tandarts en open mijn ogen. Een traan welt op. Met Alicia is het nooit iets geworden. Een cabriolet is niets voor mij. Maar als ik straks huiswaarts keer, voelt mijn mond fris als een bergmeertje.