Doodsangst!

Plots springt het lampje aan.

Eieren schrikken,

yoghurt verstijft

en de melk trekt wit weg.

Toch is het vandaag

een plakje jonge kaas

met brute pech.

Advertenties

De wachtkamer

In de wachtkamer wacht ik op een diagnose die ik al ken. Posters stellen mij vragen die de hypochonder in mij wakker maken. Benauwd? Kortademig? Vermoeid? Tetanus oké? Op een van de affiches staat een man met post-its geplakt op z’n blote lijf. Hij lijkt zichzelf te moeten herinneren aan zijn bestaan. Op elk kleefbriefje staat een medische reminder geschreven. De man hangt hier van zolang ik hier kom. Hoe zou het nu, minstens vijftien jaar later, met hem zijn? Misschien is hij ondertussen dood en dacht hij in zijn laatste momenten terug aan zijn sensibiliserende rol in wachtzalen van dokters.

Ik word uit mijn gedachten gekucht door een dame met looprekje en een grauwe huid. Hoe hard ze ook probeert, haar slijmen blijven plakken. Ik weet niet of ze ooit nog zullen verdwijnen. In de wachtkamer wacht je op beterschap en voor sommigen is dat nu eenmaal de dood. Naast de dame zit een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd. Ze lijken bevriend en bladeren samen door een Dag Allemaal. Ze roddelen over soapacteurs alsof het over hun eigen familie gaat.

Aan mijn andere zijde wordt een bonkige vent in werkkledij opgebeld. Zijn beltoon verandert de wachtzaal in een voetbaltempel. De man klaagt over zijn rug, profiteurs, de teloorgang van de buxushaag en over iemand die zijn plan maar moet leren trekken. Hij klinkt kortademig en ik vraag me af hoe lang het geleden is dat hij een vaccinatie tegen tetanus heeft gekregen. Op het moment dat de man oplegt, zwaait de deur van de praktijk open. “Mijnheer Samson”, zegt mijn huisarts. Van zodra hij de deur achter me dichttrekt, spreekt hij me met mijn voornaam aan. Het ruikt hier naar sigaretten. Ik zeg hem dat ik griep heb. Hij onderzoekt me en bevestigt mijn diagnose. De dokter schrijft me rust en medicatie voor en we schudden elkaar de hand.

Op weg naar buiten zie ik dat de bejaarde vriendinnen de Dag Allemaal hebben ingeruild voor een Story. De slijmen van de grauwe dame blijven zoals verwacht koppig liggen. Het contrast is groot met de magnolia op straat, die in de fleur van zijn leven staat. Insecten komen weer op krachten en vogels fluiten als bouwvakkers voor de schoonheid die zich knopje per knopje ontvouwt voor hun kwieke oogjes. Het is lente in de zomer van mijn leven. Geef me rust en medicatie en binnen enkele dagen sta ik ook weer in bloei.

Free Solo

 

“It doesn’t feel that big a deal when you finally do it, because you put so much effort in. I mean the whole point is to make it feel not that crazy.” – Alex Honnold

Gisteren ging ik naar Cinema Cartoon’s om de bekroonde documentaire Free Solo van National Geographic te bekijken. De film toont de voorbereiding van rotsklimmer Alex Honnold om El Capitan, de bekendste klimmuur ter wereld, te bedwingen zonder touw. Dat betekent 900 meter loodrecht omhoog op eigen kracht en behendigheid, met enkel een krijtzakje als houvast. Dat is een unicum in de klimmerswereld. Mijn eerste reactie was dan ook: deze man is een onverantwoorde zot. Maar wel eentje die mij intrigeert. Ik ben over Alex beginnen lezen voorafgaand aan mijn cinemabezoek. Toen kwam ik te weten dat – hoe verrassend – heel wat uitstekende free climbers ondertussen gesneuveld zijn. Maar mijn mening over Alex stelde ik snel bij. De man is niet gek. Ik dacht vanuit mijn capaciteiten (ik kan mezelf amper optrekken aan een stang in een speeltuin) en dan lijkt zo’n klim inderdaad bovenmenselijk. Maar dit is Alex Honnold, een uitzonderlijk klimmer en persoonlijkheid die perfect weet waar hij mee bezig is. Iemand die de grenzen van zijn lichaam tot in de kleinste vezel kent en vooral, iemand die niets aan het toeval overlaat.

Sommige passages van El Capitan – El Cap onder de klimmers – heeft Alex wel zestig keer geoefend. Dat deed hij uiteraard met touw en klimpartner. Meerdere keren liep het fout. Dat hoort bij het leerproces. Maar als hij daar hangt zonder touw is het kleinste foutje sowieso fataal. Zijn klimbuddy Tommy verwoordt het treffend: “If you don’t get that gold medal, you’re going to die.” Geen zilver, geen brons, geen ‘goed geprobeerd, volgende keer beter’. Het toont aan dat het mentale aspect bij zo’n klim minstens even belangrijk is als de fysieke paraatheid. Alex Honnold heeft een mentaal pantser dat onbreekbaar lijkt. Het past bij de persoonlijkheid die we te zien krijgen. Alex lijkt geen man die uitblinkt in empathie. Hij is een klimmer die niets tussen hem en de rotsen laat komen. Over zijn vriendin Sannie zegt hij dat ze ‘leuk is om in de buurt te hebben’ en dat ze ‘zijn woonbusje opfleurt’. Maar écht binden? Dat lijkt Alex alleen aan zijn klimtouwen te doen. Zijn vriend Tommy zegt dat romantiek alleen maar kan zorgen voor barsten in dat pantser. Dat klinkt hard, maar in de voorbereiding van een bovenmenselijke klim kan ik mij daar wel iets bij voorstellen. Sannie uitte regelmatig haar ongerustheid, over de klim en over hun toekomst samen. Maar de prioriteiten van de klimmer liggen op de top van El Capitan, levend en wel.

En de klim zelf? Die is prachtig in beeld gebracht. Een bevriende cameraman die de prestatie met een telelens heeft vastgelegd, durfde bij momenten niet kijken. Deze beklimming was voor de filmcrew waarschijnlijk zenuwslopender dan voor Alex zelf. Ook in de bioscoop was de spanning te snijden. Iedereen wist nochtans dat het goed zou aflopen. Na elk moeilijke passage volgde een zucht, amai, djeezes of geschuif op stoelen. Het waren de passages die je ook zag in de beelden van zijn voorbereiding, toen het soms misliep. Er zijn secties waar Alex zich levend weet te houden via een kuiltje waarin zijn duim amper past of een spleet waarin hij zich omhoog wurmt. Uiteraard wist hij dat kuiltje en die spleet liggen, net zoals hij heel de route perfect uit het hoofd kende. Ik herhaal het nog even: deze man is niet gek.

Veel ervaren klimmers doen er twee of drie dagen over om de top van El Cap te bereiken. Alex Honnold deed het in 3 uur en 56 minuten. Enkele uren na de klim trok hij zich op aan een trainingsbord in zijn busje, ook wel hangboarding genoemd. Het is een trainingssessie die hij om de andere dag doet. De meest legendarische soloklim heeft daar niets aan veranderd. Het is de klimmer ten voeten uit. En deze documentaire? Die was letterlijk adembenemend.

Dit is de trailer.