Zelfevaluatie SchrijversAcademie

Antony,

het eerste jaar aan de SchrijversAcademie gaat zijn laatste weken in. De verwachtingen zijn ingelost. Je hebt een beter zicht gekregen op het poëtische landschap en op de regio waar je poëtische stroom zich bevindt. Mocht je op dit moment een label kleven op je eigen poëtica, dan zou je het omschrijven als: anekdotische poëzie die vertrekt vanuit observaties*. Wat dat betreft heb je de neiging om één beeld in een gedicht uit te puren. Dat zorgt voor verstilling, wat past binnen de bundel die je voor ogen hebt. Maar verlies de actie in je poëzie niet uit het oog. Jouw verzen worden bestempeld als herkenbaar, (laconiek) lichtvoetig, spitsvondig, filmisch, verhalend, grappig … Je moet opletten voor sentimentaliteit, clichés en je bent tot de conclusie gekomen dat je jezelf meer uit je poëzie wil schrijven. En soms moet je gewoon dieper graven, man. Schoonheid laat zich niet zomaar vinden. Je bent je ook beter bewust van de materialiteit van poëzie: metrum, rijm, regelafbreking, beeldspraak … Beschouw ze als extra werktuigen om je poëzie bij te schaven. Volgend jaar doe je gewoon op hetzelfde elan verder. Binnen een jaar, als alles goed gaat, ligt er een manuscript met zo’n 35 gedichten in je handen. Zullen we dat afspreken?

*Kenneth Swaenen sprak over ‘zachtmoedige observaties’. Dat vond ik een mooie.

Stofzuigdilemma

Het zit zo. Ik maak een voorwaartse beweging met de stofzuigerstang en ik zie het mini legoblokje pas op enkele centimeters van de zuigmond. Nu heb ik nog de keuze: de actie onderbreken of niet. Ik ben mij ervan bewust dat doorglijden betekent dat het onfortuinlijke blokje nooit meer het daglicht zal zien. Maar op hetzelfde moment beseft mijn brein dat onderbreken een grotere inspanning vergt dan doorglijden. En tijdens het stofzuigen kies ik liever de weg van de minste weerstand. Mijn geweten komt zich ook moeien, maar door het kabaal van de stofzuiger begrijp ik er geen hol van.
Floep.
Het is gebeurd terwijl ik met mijn ogen knipperde. Niemand heeft het gezien, op enkele verbouwereerde legomannetjes na. Dit was nochtans niet de eerste keer. Ik heb tot nader order geen klachten ontvangen van de gedupeerden.

SchrijversAcademie

Nieuws van het poëziefront! In september start ik met de tweejarige opleiding poëzie aan de SchrijversAcademie van Creatief Schrijven. Mijn doel? Bijleren, geïnspireerd worden en werken aan die eerste bundel.

Hieronder vinden jullie de motivatiebrief die ik stuurde. Zo krijgen jullie een beter zicht op mijn poëtische plannen. Die brief verzond ik samen met een selectie van zes teksten die het best passen bij de bundel die ik voor ogen heb. Dat zijn: nachtkastje, leegstand, vliegtuigmodus, vanavond laten wij de hemel blozen, roze als beenham en onverzettelijke traagheid.

Beste jury,

zes jaar geleden schreef ik een brief aan mezelf. Het was een opdracht in functie van het Basisjaar Literair Schrijven. Als ik de brief nu lees, denk ik terug aan de tweestrijd die ik toen ervoer. Ik wou me op aanraden van docent John Vervoort kandidaat stellen voor de SchrijversAcademie, maar het was op dat moment te hectisch in mijn leven. Nu schrijf ik meer dan ooit (7 à 10u), ook al is het nog even druk als toen. Maar er is geen tv meer en ik heb leren schrijven op momenten dat het huis slaapt. Mijn teksten variëren van poëzie tot proza, van quotes tot song- en autobiografische teksten en alles ertussen. Steeds vaker vloeien er gedichten uit mijn pen. Poëzie is een noodzaak geworden. En daar wil ik met plezier tien uur per week aan wijden.

Ik heb een literair project voor ogen. Ik wil het gewone leven en de kleine dagen eren met poëtische teksten die herkenbaarheid oproepen. Ik wil schijnbaar banale situaties bijzonder maken en een lans breken voor traagheid en reflectie in een snel veranderende wereld. De teksten die ik bij deze motivatiebrief voeg, passen binnen mijn literair project. Het zijn trouwens gedichten die ik graag op een podium breng. Zo stond ik het voorbije halfjaar op verschillende ‘podia voor woord’: Ballonnenvrees (Mechelen), De Sprekende Ezels (Turnhout), Zeghetmettekst (Hasselt), Smeltkroezen (NL), Hotsy Totsy (Gent) en Winteroogst (Antwerpen). Ik deed ook mee aan de wedstrijd DichtSlamRap in het Nederlandse Boxtel, waar ik een van de twee winnaars werd in de prefinale en de top vijf haalde in de finale.

Waar ik op dit moment sta? Ik ben ervan overtuigd dat ik de laatste jaren progressie heb gemaakt in de zoektocht naar mijn eigen literaire stem. Dat merk ik ook aan de feedback van andere (podium)dichters en de juryleden van DichtSlamRap. Maar ik haal niet het niveau van de dichters die ik graag lees. Het kan scherper, origineler en eigenzinniger. En dan kijk ik graag naar de SchrijversAcademie om mij daarbij te helpen. Ik wil mijn literaire valkuilen beter leren omzeilen, weten waar in het literaire veld ik mij bevind en mij simpelweg laten inspireren.

Binnen twee jaar hoop ik een manuscript in handen te hebben waarmee ik naar uitgeverijen kan stappen. Van enkele gedichten wil ik ook een muzikale versie maken die ik bij de bundel als gratis download zou voegen. Via deze link vind je een garage-opname van het gedicht Onderstroom. De kwaliteit van de opname is bepaald niet professioneel, maar zo krijg je een idee.

Ik heb de voorbije jaren verschillende opleidingen gevolgd bij Creatief Schrijven. Als ik de cursussen zakelijk schrijven niet meereken, gaat het over: Basisjaar Literair Schrijven (2012-2013), scenario schrijven en column schrijven. De laatste jaren schrijf ik vooral poëzie en poëtische proza. Het is de weg die ik verder wil inslaan. Het is ook het genre waar ik het meeste voldoening uit haal als schrijver.

Enkele publicaties waar ik trots op ben: Top 100 Turing Gedichtenwedstrijd (2019), Het Gezeefde Gedicht (2018), eentweepowezie.be (2019), vier keer Tip Van De Week op Azertyfactor (waarvan 3 maal in 2018), Poemtata poëziebundel (2017), GEOOGST (online initatief van Zeghetmettekst, 2017), magazines van De Standaard en Het Nieuwsblad naar aanleiding van een schrijfwedstrijd van het Agentschap voor Natuur en Bos (2010).

Om mijn kansen bij een uitgeverij te vergroten, zal ik de komende maanden en jaren ook teksten sturen naar literaire magazines zoals Kluger Hans, Tijdschrift Ei enz. 

Zo. Nu ligt het in jullie handen. Ik duim voor mezelf tot ik kramp krijg.

Hartelijk,

Antony

 

Lappendeken

 

Alleen als je slaapt lijkt de pijn niet te groot voor je lichaam.
Dan lijkt alles zoals het was; stofnetten die de jaren verzamelen,
planten die voor zichzelf zorgen en kinderhandjes op het schuifraam.
Je ligt gekruld in de sofa als een vraagteken waarop ik geen antwoord vind.
Met mijn duim strijk ik over de woorden die je niet gezegd krijgt.
Ooit komen ze weer boven, uit de kloven van je lippen.
In je vuist zit een zakdoek gekneld, in de zakdoek onmacht,
in onmacht bedek ik je met een lappendeken.

Handdoek

Je zit met een vrouw in een hotelkamer. Wat zopas is gebeurd lost op in de hete damp van de douche waar je onderstaat. Door een kier zie je dat de vrouw haar panty’s aantrekt. Haar lippen zijn weer wijnrood, net als 20 minuten geleden. De vrouw steekt geld in haar kousenbroek en bindt haar losbandigheid vast met een babyroze rekker.
Je denkt aan je dochtertje.

Je kiest deze vrouw omdat ze ruikt naar de wasverzachter uit je jeugd. Soms gloeit ze nog na van de man voor jou. Die gloed doet je goed. Het is een welgekomen afwisseling voor de artificiële kilte op kantoor. Je stapt uit de douche en neemt een handdoek van karton. Een sticker op de muur stelt je voor een keuze: je kan dezelfde handdoek blijven gebruiken of je gooit hem op de grond. De eerste optie is beter voor het milieu.

De vrouw loopt zonder iets te zeggen de kamer uit. Je kan geen afscheid nemen van iets dat niet bestaat. Je stort je gezicht in de handdoek en schrobt de ontrouw van je blik. Je kijkt naar jezelf in de badkamerspiegel en ziet dat het niet is gelukt.
Je gooit de handdoek op de grond.
Je denkt aan je vrouw.