Côte du Commerce

Laat ons twee weken de rest van het jaar uitzweten.
Laat ons liggend strijden om de mooiste teint;
op onze rug, onze buik of drijvend
op ijdelheid. Laat ons baden in superioriteit.
Nous sommes quand même tous des Européens.

Laat ons twee weken vet kweken.
Laat vuilnisbakken onze mateloosheid uitbraken
op het strand en laat de zee erin stikken.
De branding zal onze enkels likken
met het schuim op de lippen.

Laat ons dan naar de einder kijken en inzien
dat de horizon er gekarteld bijligt.
Morgen laat zijn tanden zien.

Morgen

Dit is vandaag.
Vandaag wil ik leven in het moment.
Ik lig ondergedompeld in het nu wanneer Morgen op het gebruikelijke uur met de deur in huis valt. Zoals gewoonlijk herinnert Morgen mij aan de dingen die ik niet mag vergeten en aan de plannen die moeten leiden tot een interessanter leven. Maar vandaag keer ik Morgen de rug toe. Ik zeg: ‘Vandaag niet, Morgen. Vandaag wil ik leven in het moment.’ Morgen kijkt me verbaasd aan. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik je dat gisteren gezegd heb. Dat stond niet op de planning.’, krijg ik als antwoord. Ik zeg dat ik vanochtend met het idee wakker ben geworden. Het was een ingeving van het moment, als het even mag zeg! ‘Zal ik morgen terugkomen?’, vraagt Morgen, die met nostalgie terugdenkt aan gisteren, toen we samen plannen maakten waar vandaag niks van in huis lijkt te komen. ‘Dat zien we dan wel.’, antwoord ik gapend, terwijl Morgen verslagen de kamer verlaat. Ik zet me op de rand van het bed en neem mijn schriftje. Ik noteer: Vandaag is een strijd tussen gisteren, zoals we toen dachten dat morgen eruit zou zien, en alles wat we voor vandaag niet konden voorzien.
Grappig toch. Morgen had me gisteren gezegd dat ik vandaag een quote zou verzinnen.

Voedsel, beschutting en een beetje troost

In een tuin die niet de mijne is, sta ik oog in oog met een eeuwenoude beuk.
Ik laat mijn blik glijden over takken die verder reiken dan een mensenleven.
Zijn kruin is weelderig, zijn stam lijkt nooit geknakt onder de grillen van eender welke tijd. Een beuk van zijn status wuift niet naar mensen. Hij staat erbij en kijkt onbewogen naar onze vergankelijkheid. Als je de Franse Revolutie en alle miserie sinds toen hebt getrotseerd, kan je jezelf veel permitteren. Deze beuk is een heerser. Kijk eens hoe het leven vleiend rond hem fladdert in ruil voor voedsel, beschutting en, wie weet, een beetje troost. Zijn aanwezigheid is zowel een geruststelling als een vanzelfsprekendheid. Zijn wortels zijn verstrengeld met de geschiedenis van dit dorp en zijn inwoners. En ik ben gewoon een van zijn vele gasten die de voorbije eeuwen de tijd hebben genomen om even bij hem stil te staan. Op zoek naar antwoorden, de essentie of gewoon om even te kunnen verdwijnen in zijn schaduw. Tussen het geritsel van zijn bladeren door lijkt hij mij te willen vertellen dat geluk even vanzelfsprekend kan zijn als het leven van een beuk. Ik begrijp dat er geen zoektocht hoeft te zijn naar het utopische onbekende en dat escapisme een illusie is. Rond zijn blakende stam draait alles om de orde van de dag: voedsel, beschutting en, wie weet, een beetje troost. Het maakt niet uit hoe de zon staat, ik zal altijd in zijn schaduw staan. Daar, in die tuin die niet de mijne is, besef ik hoe ik groot wil worden.

 

IMG_6710Volgens de eigenares van ons vakantiehuisje in Libin staat deze prachtige beuk hier sinds de periode van de Franse Revolutie.

Nieuwe wereldorde

 

Het is een avond waarop wolken onder elkaar door schuiven
alsof een nieuwe wereldorde in elkaar wordt gepuzzeld.
Het zou je niet mogen verwonderen, in een land waar angst
als een storing over de menselijkheid trekt. Ook bomen wachten
buigzaam hun lot af en vogels slaan hun vleugels voor de ogen.

Het is een avond waarop je kijkt door een raam dat tranen laat.
De hemel flitst foto’s van de tijd waarin we leven. Je vergelijkt
de beelden met die van het verleden en stelt vast dat we niet
uit onze geschiedenis leren. Je beseft, meer dan ooit, dat de zon
helaas niet voor iedereen door de wolken mag breken.

 

Lappendeken

 

Alleen als je slaapt lijkt de pijn niet te groot voor je lichaam.
Dan lijkt alles zoals het was; stofnetten die de jaren verzamelen,
planten die voor zichzelf zorgen en kinderhandjes op het schuifraam.
Je ligt gekruld in de sofa als een vraagteken waarop ik geen antwoord vind.
Met mijn duim strijk ik over de woorden die je niet gezegd krijgt.
Ooit komen ze weer boven, uit de kloven van je lippen.
In je vuist zit een zakdoek gekneld, in de zakdoek onmacht,
in onmacht bedek ik je met een lappendeken.

Venster op de dag

Het is vier uur in een verstilde namiddag. De zon laat zichzelf binnen en nestelt zich naast me in een hoek van de zetel. Het is een kwestie van tijd voor ze zich ongegeneerd over me uit zal strekken. In mijn handen rust een bundel open en bloot. Het kwetsbare gedicht lijkt authentieker in natuurlijk licht. Mijn vingers leggen de poëzie het zwijgen op en mijn ogen bladeren van scholier naar scholier. Ze fietsen langs mijn venster op de dag. Ze hebben meer oog voor hun zelfbeeld dan voor de weg die hen te wachten staat. Ze gaan gebukt onder boeken die zelden over het echte leven gaan. Stuk voor stuk dragen ze helmen voor de dromen van ouders die ontgoochelingen willen voorkomen. Ze verliezen de blos op hun wangen de dag dat ze zich niet meer onsterfelijk wanen.

Het is vier uur in een verstilde namiddag en het fietspad is een tijdlijn van mijn vroegere ik. Mijn vingers zijn nog steeds gedrukt op de lippen van hetzelfde gedicht.