Luciferbenen

In het najaar werpt de zon weer langere schaduwen uit. Ik kijk ernaar en zie een uitgelopen versie van de realiteit. Glazen worden vazen, tuinhuisjes worden vuurtorens, zanglijsters worden roofvogels en kinderen worden reuzen, met vingers die de horizon willen strelen. Ze krijgen eindeloze luciferbenen die de breekbaarheid van hun jonge jaren insinueren. Ik kijk ook naar mijn eigen uitgerekte schaduw. Het is een schim van mezelf die geen emoties prijsgeeft. Het is een donkere vlek waarin ik soms in mezelf wil keren. Het is een vertrouwd silhouet dat ik uit dit moment wil knippen om te bewaren voor de rest van mijn leven.

Alles of niets

Er zijn van die zeldzame momenten dat ik door het raam kan turen zonder iets te zien. Ik zit op een stoel met het ene been gekruist over het andere en mijn hoofd kantelt schuin. Alsof ik hoop dat het zo kan leeglopen tot er niets meer overblijft buiten een stoel, een raam en een onbestemde buitenwereld. Niets buiten het beeld dat ook anderen kunnen waarnemen. Toch zijn er altijd de gedachten tussen mij en het raam. Er zit altijd wel iets in niets. Het is alles wat we willen vertellen zonder iets te zeggen. Het is het blanco blad dat altijd een belofte inhoudt, de witruimte die onze zinnen verzet, de dromen die we voelen maar ons niet meer herinneren. Het zijn de dingen die niet gebeurd zijn en die we, net daarom, altijd zullen onthouden. Wat lijkt op niets kan alles betekenen, op die zeldzame momenten aan het raam. En dan recht ik het hoofd. Meer heb ik niet gedaan.

 

Ondanks alles

Ondanks je parfum dat nog steeds in mijn geheugen nevelt en al die keren dat ik dagdromend je naam heb gepreveld, ondanks de verwachtingsvolle nacht die uit je haren waaide toen ik je fietsend naar huis bracht, ondanks mijn schouder onder jouw vermoeidheid op een trein die van mij mocht blijven rijden en je lach die ik ooit heb opgenomen om je te kunnen horen in eenzame tijden, ondanks de filmavond onder hetzelfde deken en de aanrakingen die toevallig leken, ondanks de oordopjes die ik stiekem proper maakte om de muziek te delen die ons beiden raakte, ondanks de sjaal die je bij mij had achtergelaten waardoor ik je niet kon loslaten, ondanks je vurigheid die ik ontbeerde en de rust die jij bij mij apprecieerde, ondanks je blik die ik begreep zonder woorden en die mij vertelde dat we bij elkaar hoorden, ondanks al die jaren dat ik op je wachtte, zijn wij nooit geworden wat ik lang verwachtte.