De fleur van haar leven

Ik ken deze tuin bijna veertig jaar. De tijd tikt hier trager, rozen geuren naar herinneringen. Op het terras tikte ik jarenlang met mijn racket een balletje tegen de muur. Ik maakte er kampen van ligstoelen en kussens en liep me suf rond een boom die er niet meer staat. Ik was hier elke woensdagnamiddag tot ik de schoolbanken inruilde voor een bureau. Al die tijd werd het gazon omringd door bloemenpracht. Toen ik deze en andere foto’s nam, zei mijn grootmoeder me dat ik een maand eerder had moeten komen. Perfectionisme hoeft niet te slijten met de jaren. Deze tuin is haar erezaak. Haar rozen drijven de spot met vergankelijkheid. Want de tijd tikt hier trager, zoals de hartslag van een dankbare vrouw omgeven door de fleur van haar leven.

Terugblik op het Eurovisiesongfestival

Zaterdag, op de tiende verjaardag van mijn zoon na een uitgeregend dagje Bobbejaanland, keken we voor het eerst in pakweg twintig jaar naar het Eurovisiesongfestival. Na al dat gefoeter op rollercoasters – “papa, je mag geen ‘fuck’ zeggen” – hadden we daar zin in. De winnaars, glamrockers met een voorraadje cocaïne verstopt in een Italiaanse laars van de zanger, brachten een catchy rocksong waar ik echo’s in hoorde van Led Zeppelin, The Black Crowes en Royal Blood. Mijn zoon gaf het lied een tien op tien. Hij ontpopte zich als kenner tijdens zijn debuut als jurylid.

Ik kon me verzoenen met de einduitslag, maar ik voelde toch meer voor de frêle Française Barbara Pravi. Met haar vocale uithalen zorgde ze als enige kandidaat voor schokjes in mijn lijf. Ook de Zwitserse zanger kon mij bij vlagen ontroeren. Alleen jammer dat hij per se hoger wilde zingen dan de Matterhorn waardoor de bombast de kwetsbaarheid soms overstemde. Ik zag ook grappige optredens, van IJsland en Litouwen. Humor werkt nóg beter in pandemietijden, wanneer het lachen ons een beetje is vergaan.

Dat Hooverphonic niet zou winnen was voor de jury in de Groenstraat te Boechout al snel een uitgemaakte zaak. De song is oké, maar ik miste uitbundigheid of humor. Ook al vond ik de French crop van Alex Callier een verdienstelijke poging om op de lachspieren te werken. We leven al meer dan een jaar met de handrem op en iedereen is het zat. We willen uitspattingen en exuberantie. Misschien zelfs een beetje waanzin. Niet noodzakelijk in daden, maar toch minstens wanneer we kijken naar een show als het Eurovisiesongfestival. De Italianen hadden dat goed begrepen. En nee, ze hadden daar geen lijntje coke voor nodig trouwens. De zanger zat voorovergebogen omdat er een glas gevallen was. Scherven brengen geluk.

3 weken werken als zelfstandige in 3 paragrafen

Na drie weken werken als zelfstandige neem ik ‘tijdens de kantooruren’ voor het eerst de tijd om een plaat op te leggen en mij in de zonnige hoek van de zetel te nestelen met een mok koffie in mijn handen. Oorspronkelijk keek ik uit naar de zee van tijd genaamd april. Ik zou even gas terugnemen en eindelijk weer gedichten schrijven in daglicht. Het is anders uitgedraaid en dat is oké zo. Ik zou een rare zelfstandige zijn mocht ik zeggen dat ik liever geen werk heb. Het is druk geweest, ik heb zaken in gang gezet, ik heb gevloekt en geleerd en ik heb me trots maar ook naakt gevoeld. Ik zag het takenlijstje groeien. En af en toe waaiden er uit het niets ideeën mijn hoofd binnen, alsof ik de ramen na afwezigheid wagenwijd had opengezet om het boeltje te verluchten.

Het zelfstandigenstatuut geeft een gevoel van onzekerheid. Maar momenteel is het gevoel van onafhankelijkheid sterker. Ik voel me nu meer regisseur dan speler. Het is een prille verliefdheid, ik weet het, maar ik ben ervan overtuigd dat ik als freelancer mijn definitie van ambitie beter zal kunnen waarmaken. Want ambitie is voor mij geen carrièrewoord. Het is de zoektocht naar een leven zoals ik zelf vind dat het hoort. Wie ben ik? En wat doe ik hier? Schrijver Jeroen Olyslaegers stelde die vragen herhaaldelijk tijdens interviews. Ze zijn zowel pertinent als confronterend. Je kan er moeilijk een eenduidig antwoord op geven en je kan ze volgens mij best regelmatig opnieuw stellen. Misschien zouden wij in dat opzicht beter ‘zingeving’ dan ‘ambitie’ nastreven? Ook de planeet zou opgelucht ademhalen. Misschien kan zingeving zelfs onze grootste ambitie worden.

In de hoek van de zetel zijn mijn gedachten ook bij een vriend wiens jongere zus onverwacht en veel te vroeg is gestorven. We zijn allemaal kwetsbaar en gelukkig staan we daar niet te vaak bij stil. Maar het mag ons wel aanvuren om een leven te leiden zoals we dat zelf het liefst zouden willen, binnen de grenzen van onze mogelijkheden. Of er minstens over nadenken en op zoek gaan naar onze eigen zingeving in plaats van simpelweg te aanvaarden dat het leven ‘is wat het is’. De meesten onder ons hebben die luxe. Het is zoals mijn plaat die naar een einde is gedraaid; gelukkig is er altijd een B-zijde.