Surfer

Ik scrol op Facebook zoals ik vroeger zapte: breinloos. Mijn duim mag uiteindelijk uitrusten op een strand in Bali. Gebronzeerde jongens en meisjes huppelen met hun plankje langs de vloedlijn en ik denk terug aan mijn vroege tienerjaren. In mijn puberbeleving was niemand cooler en ongenaakbaarder dan een surfer. Lekker dollen met metershoge golven, je moet het maar durven. En dan die jaloersmakend gebleekte lange manen die altijd in de juiste richting wapperen. Het leidde ertoe dat ik mijn moeder vroeg om shampoo met kamille-extract te kopen. Tel daar nog de baggy shorts en T-shirts van surfmerken als Quicksilver, O’Neill en Billabong bij en ik werd een wannabe eerste klas.

Tijdens een zomervakantie aan de Azurenkust kochten mijn ouders me een bodyboard. Dat had niet het charisma van een surfplank, maar het was wel stoerder dan de opblaasbare matras waarmee ik het tot dan moest stellen. Ik bracht die vakantie van ’s morgens tot ‘s avonds in het zoute water door. De golven waren nochtans meelijwekkend. Ik moest wachten tot een groot schip voorbij de horizon gleed voor extra deining. Maar als ik in slaap viel, voelde ik de golfjes opnieuw over mij heen rollen. Ik vond het fijn om op die manier de nacht te omarmen.

Vele jaren later, in 2008, ervoer ik hetzelfde in een tentje op een camping aan de Atlantische kust. Ik verbleef er met mijn lief (nu mijn vrouw) en vrienden in Lacanau. De kust was onstuimig. Met mijn surfboard onder de arm waande ik me de surfer die tot dan zo onbereikbaar was. Elke dag tegen de golven in pedellen, positie kiezen, 180° draaien, omkijken en dan op het juiste moment aanzetten, rechtkomen en … meteen kopje onder gaan. Als ik pech had kreeg ik bovendien het surfboard tegen m’n afgepeigerde smikkel. Neen, ik had geen talent. Maar de drang om het keer op keer opnieuw te proberen was onweerstaanbaar. Het onbereikbare heeft een grote aantrekkingskracht.

Dit jaar word ik veertig. Als ik toch nog een weelderige surfcoupe wil, zal ik eerst een Turkse haarkliniek moeten bezoeken om nadien blonde highlights te laten zetten. Dat zal er nooit van komen. Daar mag je zo zeker van zijn als van eb en vloed. Maar het bodyboard uit mijn puberjaren heb ik nog steeds in mijn bezit. Voor de kinderen uiteraard, dat maak ik mezelf wijs. Want eerlijk gezegd kan ik niet wachten om zélf met het kinderplankje de Noordzee te bestormen. Nu nog wachten op een zomer zonder meelijwekkende golven.

Poëziebijdrage voor De Tiny Podcast

De Tiny Podcast is een initiatief van Hade Wouters en elke vrijdag staat haar podcast in het teken van poëzie. Gisteren was het mijn beurt om een bijdrage te leveren. Ik droeg ‘Onverzettelijke traagheid’ voor en vertelde nadien het verhaal achter het prozagedicht.

Je kan mijn eerste podcastoptreden ooit hier beluisteren. Dit smaakt naar meer.

Bedankt Hade, maar ook dank aan Kathleen om ons op Instagram te linken.

It was a good day

Ik haal het in m’n hoofd om mijn zoon te laten kennismaken met hiphop uit de jaren negentig. Ik laat Triumph van The Wu-Tang Clan uit de speakers knallen en we beginnen te dansen zoals stoere rappers dat doen. De dochter vlucht naar haar kamer en een halve song later spurt haar broer ook de trap op. Mij niet gelaten. Ik zit lekker in de groove. Twee dikke duiven op het tuinhek kijken me achteloos aan terwijl de ene na de andere klassieker met vette rhymes mijn lijf ophitst tot een bespottelijke scène in de woonkamer. Van de Clan gaat het naar Dr. Dre, Tupac Shakur, Jurassic 5 … De linkse duif heeft er genoeg van en keert me de rug toe. De rechtse duif volhardt in onverschilligheid. Ik zet het geluid nóg een tikje harder als Ice Cube aan de beurt is en ik zing mee: today was a good day.

Today was a good day.

Publicatie en bespreking op ROER

Tot u schrijft een tevreden man. Philip Hoorne, een dichter wiens poëzie ik graag lees, bespreekt mijn gedicht ‘het besef’ op ROER – vrijhaven voor poëzie. Je kan de mooie, uitvoerige bespreking hier lezen. Voor jullie gemak heb ik hieronder ook een screenshot van het gedicht geplaatst. 

Naar aanleiding van het tweejarig bestaan van de dichtbundel het dikke meisje en de ziener, bespreekt Philip Hoorne enkele gedichten uit die bundel. Ik zou zeggen: go check it out. Niet alleen de gedichten maar ook de besprekingen ervan zijn de moeite!

Eerste lezer

Af en toe schuif ik een gedicht onder haar neus.
Ze gaapt bij voorbaat, leest wat ik vraag, schuift
de bundel met de glimlach terug en gaat verder
met het leven zoals het is.

Af en toe schuif ik een gedicht van mezelf
onder haar neus. Ze onderdrukt een geeuw
voor de maker die ze lief heeft, leest wat
ik vraag en schuift een mening terug over
het leven zoals het zou kunnen zijn.