5 april 1943

Op 5 april 1943 droppen Amerikaanse bommenwerpers maar liefst 600 bommen boven Mortsel. Op dat moment zit mijn grootvader op de schoolbanken. Hij overleeft het bombardement in tegenstelling tot vele klasgenootjes. 75 jaar later is het een stralende zondag. We maken een fietstochtje naar het herdenkingsmonument. Ik vertel Otto-Jan wat hier is gebeurd en hij wordt er stil van. Hij vindt het erg dat kindjes van zijn leeftijd en jonger zo kort hebben geleefd. Hij wandelt rustig tussen de witte kruisjes, leest de namen van enkele slachtoffers voor en maakt af en toe een buiging. Soms met de glimlach, want het blijft een zesjarige. Even later fietsen we naar de speeltuin. De kruisjes zijn vergeten en Otto-Jan zegt dat hij fietsen heerlijk vindt. Ik ben dankbaar dat mijn grootvader onder de juiste schoolbank is gedoken.

IMG_3895

Advertenties

Vloedlijn

 

Wij liepen hand in hand over een achtergelaten strand.

De wind woei de winter uit onze kleren en de zee

ging op in de hemel zoals wij in elkaar opgaan

onder deinende dekens. Mijn lustige woorden

deden je blozen en je sloeg je ogen neer

als golven die breken.

 

Ik vraag me af of je toen al dacht aan de vloedlijn

die je later in mijn rug zou krassen om te zeggen

dat er tussen ons geen sprake is van terugtrekken.

 

Roze als beenham

Het verkeerslicht springt op groen maar ik blijf staan voor jou met je rode trui. Tussen ons een winkelraam, bloemen die staan te sterven in boeketten,
mensen die zichzelf gebogen voorbijlopen aan de snelheid van hun Facebookstream, en dit moment waarop jij aan een lelie ruikt en ik moed opsnuif.
Ik staar je aan en denk: komaan, kijk naar mij. Alleen in je ogen kan ik zien wat ik aan de kant moet zetten: mijn fiets of mijn fantasie.
Je blaast een haarlok uit je gezicht die terug op het puntje van je neus landt.
Ik vraag me af of je ooit mijn zenuwtrekjes zal kennen.
Komaan, zie mij staan. Kijk verder dan je bezige handen. Ze vertellen je niets nieuws meer. Met je blik naar beneden gericht oog je breekbaar als een paardenbloem in een hondenwei, en toch is er die gezonde blos.
Mocht mijn moeder hier staan, ook al zou ze nooit een groen licht negeren,
ze zou zeggen: “Die vrouw heeft de wangen van een slagersdochter.”
Maar ik weet beter. Je hebt geen wangen roze als beenham.
Het zijn wangen zo rood als de tulpen in je handen.

In de duinen van Zeeland

Hij staat beneden aan de trap als hij haar de kraan van de douche hoort opendraaien. Hij doet beheerst zijn schoenen uit en neemt enkele treden. Het geluid van stromend water heeft altijd een bezwerend effect op hem gehad. Hij beeldt zich in hoe ze haar hoofd naar achter kantelt om de stress van de werkweek uit haar krullen te wassen. In zijn gedachten ziet hij een spoor van schuimende shampoo traag langs haar hals naar beneden glijden, tussen haar borsten, tot voorbij haar navel. Hij stelt zich voor hoe ze haar rug strekt terwijl de damp van het hete water haar in een gelukzalige trance brengt. Hij glimlacht bij de gedachte dat het voorspel niet eens begonnen is.

In de traphal ruikt het ondertussen naar roosjes. Hij herkent de geur van vroeger, toen ze samen op kot zaten. Hij kende de uren waarop ze ging douchen in de gemeenschappelijke badkamer eerder dan haar naam. Hij pikte haar zalmroze slipje terwijl ze zich waste voor hij haar voor het eerst gesproken had. Het sexy niemendalletje lag maanden onder zijn matras, slechts enkele meters van haar vandaan toen ze notities kwam lenen. Het zijn herinneringen die hij koestert.

Hij is bijna boven. De trap kraakt onder zijn winterkousen. De opwinding en de whisky doen zijn hoofd tollen. Hij heeft geduld moeten uitoefenen, maar de beloning wacht hem op aan de andere kant van de deur. Juist voor hij haar wil verrassen, kijkt hij naar een fotokader die scheef aan de muur hangt. Ze ziet er gelukkig uit met haar labrador in de duinen van Zeeland. Het is de hond die beneden vredig ligt te slapen. Het zal nog even duren voor het dier wakker wordt, daar heeft hij voor gezorgd. Hij hangt het kader recht met zijn bruinleren handschoenen aan en neemt dan voorzichtig de deurklink vast. Hij hoort haar zachtjes neuriën terwijl het water onverstoorbaar op haar lichaam klettert. In zijn broekzak zit het slipje dat zeal 16 jaar mist. Het slipje waarmee ze straks wakker zal worden.

 

 

Schermafbeelding 2018-02-07 om 21.49.44Schermafbeelding 2018-03-29 om 22.36.48

Nachtkastje

 

Wij liggen zij aan zij als twee makrelen in de verstoog.

Jij vindt dat een ongelukkige vergelijking, keert me de rug toe

en zucht de fles wijn van een lichamelijke avond de kamer in.

Het is jouw manier om de aanstormende dag te verjagen.

 

Aan de andere kant van de muur wordt een nieuwe wereld opgetrokken uit lakens.

Ik hoor zijn scheppers fluisteren om de realiteit niet wakker te maken.

Dit rijk staat of valt met wasknijpers. Ik zou het willen veroveren

en in het nachtkastje van mijn geheugen achterlaten.

 

Ondertussen loert de schemer binnen. Ik negeer zijn blik,

verdwijn liever onder het deken van ons gemoedelijke leven.

Twee makrelen spartelen nog even tegen.