In de wolken

Je wil niet meer dat ik je omhels.
In mijn plaats hangt nu een sjaal
losjes rond de krop in je keel.

Ik wil hem wikkelen
rond onze gedeelde dagen
zodat jij en ik samen
minder snel vervagen.

De sjaal is langer dan dit afscheid
waar ik niet om heb gevraagd.

Nog één keer
neus aan neus in de kou
ademen wij elkaar
in de wolken.

Advertenties

Op straat

Ongeveer een jaar geleden heb ik met mijn bandje enkele liedjes opgenomen. Je kan ze hier beluisteren. Ondertussen zijn die songs een beetje herwerkt. En vooral: bijna alle nummers zijn nu voorzien van een Nederlandstalige tekst.

Op straat is onze eerste en (voorlopig) enige protestsong. De lyrics moet je eigenlijk in het Antwerps lezen. Vandaar dat de tekst, zeker voor mijn Nederlandse volgers, misschien wat gek leest. Ik heb hem toch een beetje ‘opgekuist’.

Zing gerust mee!

OP STRAAT

Strofe 1

De planeet is aan het zweten
want wij verspillen water
zonder dat we’t weten
we vreten te veel vlees
en appels uit Nieuw-Zeeland
of Keniaanse boontjes
’t is omdat het winstbejag
regeert in dit land.

Refrein

Maar ik kom niet op straat
Da ligt niet in mijn aard
Ik kom niks tekort
Ik heb alle comfort.

Strofe 2

Er is geen visie op termijn
want dan geraakt ge niet verkozen
ze lopen over lijken
zonder blikken of blozen
ge hebt links en ge hebt rechts
en een grote grijze zone
maar als ge ze hoort klappen
zijn’t precies allemaal klonen.

Refrein

Strofe 3

Zijt ge een groot lawijt
dan hebt ge het voor het zeggen
ook al kunnen de feiten
uwe flauwekul weerleggen
we moeten kritisch blijven
over alles wat we lezen
en eigenbelang vermijden
of het ergste valt te vrezen.

Refrein

Bridge

En toch maak ik mij kwaad
het klimaat is in gevaar
de burger ziet geen kwaad
en toch is’t bijna te laat!

Voor de Nederlanders:
klappen = spreken
precies = net of exact, en dus niet nauwkeurig
een groot lawijt = luidruchtig, zelfingenomen persoon

In de ‘Zeef van de Maand’ november

Ik heb tof nieuws gekregen. Mijn gedicht nachtkastje is blijven liggen in de Zeef van de Maand, een initiatief van Het Gezeefde Gedicht.

Schermafbeelding 2018-11-09 om 11.26.33

 

Ik had ook onverzettelijke traagheid en leegstand ingestuurd. Daarover had de redactie het volgende te zeggen:

“De andere teksten zijn ook mooi geschreven, maar het is eerder mooi geschreven proza dan poëzie. Het tweede rekent veel minder op ‘directe zegging’ en is veel suggestiever. Vandaar.”

De feedback bevestigt hoe ik er zelf tegenover sta. Mijn poëtische teksten flirten vaak met de grens tussen proza en poëzie. Dat maakt mij ook niet uit. Ik schrijf gewoon waar ik zin in heb. Maar het antwoord van de redactie heeft me wel aan het denken gezet. Want wat betekent suggestief? Een online woordenboek heeft het over ‘het oproepen van beelden of gedachten’. Ik moet toegeven dat proza bij mij soms meer beelden en gedachten oproept dan een gedicht, vaak tussen de regels door. Een goed geschreven verhaal kan nog dagen in mijn hoofd malen en inzichten geven. Dat heb ik bij gedichten toch minder.

Ik denk dat de redactie met ‘suggestiever’ ook doelt op de mate waarin een tekst voor interpretatie vatbaar is. Ik heb de laatste jaren prachtige poëzie gelezen. Ik weet vaak niet waarover het precies gaat, maar het gedicht heeft me wel geraakt. Andere lezers kunnen die poëzie totaal anders interpreteren. Dat heb je met proza (en de poëtische proza van mijn teksten) minder. Verhalen zijn eenduidiger, maar wat je eruit haalt verschilt natuurlijk wél van mens tot mens.

Ik begrijp waarom Het Gezeefde Gedicht strenge grenzen stelt. Dat maakt het voor de redactie ook makkelijker om te zeven. Maar het lijkt me, gezien de vaagheid van die grens soms, een moeilijke opgave die bovendien persoonsgebonden is. Ondertussen blijf ik vrolijk flirten met beide (en andere) genres en ben ik vooral dankbaar voor de publicatie.

Geruis

In dit eeuwige geruis blijven wij oorverdovend stil.
We laten de pijn bovendrijven en aanspoelen.
Je graaft je tenen in het zand en je hoofd in mijn troost.
Wolken kabbelen boven de storm die je ademt
en de meeuwen, ze pikken nooit je zorgen mee.

Straks drijft het schijnsel van de maan op zee.
Dan vis ik het uit de nacht, drapeer het rond je slapende schouders.
En als de zon begint te schijnen, breng ik je diamanten als ontbijt.
Elk dag opnieuw zal ik je meenemen naar dit eeuwige geruis
tot de wind mij de juiste woorden influistert.

Love game

Wij zetten onze lijnen uit
in de vorm van een tennisveld
de verwachtingen zijn
gespannen als een net
strak, maar buigzaam.

Wij spreken af
nooit hard te zullen spelen
altijd met gevoel
willen wij mekaar raken

en blijven flirten
met de fouten die we maken
tot het spel van de tijd
onze lijnen vervaagt.

Atelier Boshoek

Een gure oostenwind schudt aan de wilg naast het open raam van Ludo’s atelier. De oprit kleurt goud met herfstbladeren en er dwarrelt een blaadje binnen. Ludo duwt zijn sigaret uit in de overvolle asbak. Het is kwart voor zeven ‘s avonds en er draait een plaat van The Smiths. Het is de laatste elpee die hij ooit heeft gekocht. Met gekruiste armen aanschouwt hij vanop afstand een half afgewerkt portret. Hij dwingt zijn ogen tot spleetjes en stapt ernaartoe. Bij elke pas kraakt de plankenvloer, net als zijn gemoed. Hij kantelt zijn hoofd schuin, klakt met zijn tong. Een diepe zucht volgt. De schaduw klopt niet helemaal. Het is altijd iets. Hij kijkt naar de ingelijste vakantiefoto die tegen een lege verfpot leunt. Na meer dan dertig jaar tussen verf en borstels ziet de fotokader er nog steeds onberispelijk uit. Ludo’s ogen glijden naar de muur achter de schildersezel. Daar hangen zestien geschilderde versies van de foto, in twee rijen van acht portretten. Het zijn z’n favorieten uit honderden pogingen. Op geen enkel doek is de glimlach van zijn tienjarige zoon zo zorgeloos als op de foto. Geen enkel portret benadert de vreugde van die prachtige zomerdag in 1986. En toch zal Ludo zijn zoons gezicht blijven strelen met penselen. Hij zet de platenspeler uit in het midden van de song There’s a light that never goes out. Morgen, op Allerheiligen, zal het misschien eindelijk lukken.