Tweet Sixteen

Het lijkt er op dat iedereen aan de tramhalt moet plassen. #winterprik

Toen ik de titel bedacht voor deze column, zocht ik uit nieuwsgierigheid mijn zestiende tweet op. Ik had hem geschreven toen Koning Winter net regeerde. Hij transformeerde wachtende pendelaars tot wiebelende pinguïns. Hij gaf mij ijsklompen van handen, wat fijn motorisch werk als het schrijven van een tweet er niet gemakkelijker op maakte. Meteen een goed excuus om de schrijffout in de vermelde tweet te verantwoorden.

Maar met een titel zonder inhoud spring je niet ver natuurlijk. Ik las onlangs een artikel (dankzij twitter) over de invloed van sociale media op het geluksgevoel. Over hoe we via facebook en consoorten zó hard ons best doen om te tonen hoe goed, knap of populair we wel zijn. We smeken om aandacht in een voorbijrazende nieuwsstroom van online berichten. ‘Bewonder mijn goede smaak.’ ‘Aanschouw mijn home made cupcakes en zelf gemaakte jurkjes!’ ‘Kijk eens hoe goed ik kan zingen of schrijven.’…

Het doet mij terugdenken aan series als Heartbreak High of Beverly Hills 90210. Ik was toen als puistige puber jaloers op de bonkige quarterback en de blonde surfgod. Beiden geflankeerd door het mooiste meisje van de klas. Een onbereikbare cheerleader die zich opmaakt voor haar sweet sixteen party. Ook dit zijn virtuele werelden, maar we spelen er zelf geen rol in. We kijken toe, ondergaan en beseffen wel dat het allemaal niet echt is. Ook al inspireert het ons misschien om een jaartje te fitnessen. Of om die shampoo met kamille-extract te proberen die de haren een mooie, blonde glans geven. De realiteit was in mijn geval echter zowel ontnuchterend als Venetiaans blond.

Maar nu spelen we dus wél een rol. Die onbereikbare cheerleaders en atletische binken ruimen plaats voor onze eigen vriendjes en vriendinnetjes. Sociale media zijn een vitrine van ‘talenten’ geworden waarachter we onze mooiste kant laten bewonderen. Over mislukkingen of dagdagelijkse tegenslagen spreken we niet. Dat zou een deuk in ons imago kunnen betekenen. We maken met z’n allen een bril met roze glazen waarachter we gretig een kijkje nemen naar het opgeblonken leven van anderen.

En daar is op zich niets mis mee. Als we een kennis tegen het lijf lopen, houden we ook meestal de schijn op. Zelfs al hadden we een baaldag op het werk of deden we er een kwartier over om deftig te parkeren. Maar wat we zeker niet mogen doen, is geloven dat de online goednieuwsshow een spiegel is van de werkelijkheid. Doe je dat wel, dan loert het minderwaardigheidsgevoel om de hoek. Zeker bij tieners. Tweet sixteen ain’t always that sweet.

Als we daar in slagen, dan zijn de sociale media vooral een bron van inspiratie en zeker geen frustratie. Door leuke ideeën, woorden en beelden met mekaar te delen, tillen we elkaar op een hoger niveau. We creëren een soort van virtuele kruisbestuiving als bron voor creativiteit. En wie kan daar nu tegen zijn?

Advertenties