Klateraartje

In een andere kamer hoor ik je
woorden klateren als douchewater.
Ik weet niet wat je vertelt.
Daarvoor is je uitbundigheid te groot
voor de deurspleet tussen ons.

De zon breekt door de ochtend en het raam.
Ze wijst naar je handjes die kleven
aan de glazen douchewand.
De badkamer vult zicht met stoom
en een warmte die alleen een vader kan ervaren.
Ik zet de kraan af zodat je sporen niet vervagen.

Ik zie hoe de nacht
van mijn lijf naar de douchegoot loopt
maar jij mag nog jaren blijven klateren
lieve vierjarige.

Voor mijn dochter, Suzanne.

Advertenties

Luciferbenen

In het najaar werpt de zon weer langere schaduwen uit. Ik kijk ernaar en zie een uitgelopen versie van de realiteit. Glazen worden vazen, tuinhuisjes worden vuurtorens, zanglijsters worden roofvogels en kinderen worden reuzen, met vingers die de horizon willen strelen. Ze krijgen eindeloze luciferbenen die de breekbaarheid van hun jonge jaren insinueren. Ik kijk ook naar mijn eigen uitgerekte schaduw. Het is een schim van mezelf die geen emoties prijsgeeft. Het is een donkere vlek waarin ik soms in mezelf wil keren. Het is een vertrouwd silhouet dat ik uit dit moment wil knippen om te bewaren voor de rest van mijn leven.

Rimpels

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie lijnen
getekend door de jaren
van het goeie leven
gekerfd door tegenslag
in een ver verleden.

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie golven
ze zwellen aan met de jaren
en de hoop
dat we er nog lang
wel bij mogen varen.

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie twee mensen
die steeds meer voor elkaar
lijken uitgesneden.

 

Als het huis slaapt

 

Als het huis slaapt

laat ik de letters stiekem binnen.

Dan zeg ik: “Welkom. Neem plaats in dit gedicht.”

In het begin komt er geen zinnig woord uit.

De o’s rollen met de ogen

v’s en w’s klappen dicht

een Griekse y loopt wat verloren

b’s en d’s maken zich dik

een k staat wankel op zijn poten

twee m’en roepen om hun mama

de q wil zijn plaats verloten

een ontzette z verkoopt wat drama

één p en drie f’en beginnen te zuchten

de a zet zich op de h en denkt na

enkele letters kunnen elkaar niet luchten

drie x’en dromen van erotische proza.

Gelukkig heb je nog de i’s en de j’s

die steken de koppen bij elkaar

want schrijven is lijden met lange ij

en voor je het weet

krijg je een gedicht voor mekaar.

De laatste paardenbloem

 

Je staat alleen in een wei en je denkt: hoe moet het nu verder

als zelfs paardenbloemen met uitsterven zijn bedreigd.

Wolken glijden voorbij, vol van zichzelf. Je laat je gedachten

meedrijven in de hoop dat ze je ergens naartoe zullen leiden.

Aan de horizon wordt een bos door schemer opgeslokt.

Bomen wuiven om hulp. Donkerte dreigt over je heen te rollen.

Je blaast het pluis van een laatste paardenbloem en wenst

een wereld waarin je zelf tot bloei kan komen.