(geen titel)

Je bril vangt druppels uit een stortbui.
Eentje kronkelt zich een weg naar de rand van je montuur en blijft halverwege hangen. De zwaartekracht heeft minder te zeggen in het licht van je ogen.

Je vraagt je af wat het ergste is:
opgaan in een plas aan je voeten of verdwijnen in een brillendoekje.

Je ziet nu een traan in de druppel.
Je wandelt verder met aangeslagen brillenglazen.

Advertenties

Vliegtuigmodus

Je zit op de rand van de dag, geeuwt de kreuken uit je lijf.
Buiten waken straatlampen over ontwakende Verkavelingsvlamingen.
Kauwen krijsen krassen in de schemer en ik lig hier
in sluimerstand, tel sproetjes op je rug als zegeningen.

Je zit op de rand van de dag, scrolt de slaap uit je ogen.
In het schijnsel van je smartphone oog je killer dan je me liefhebt.
Je benen maken een kruis over de nacht en ik lig hier met mijn armen
gespreid in vliegtuigmodus, onbereikbaar voor commentaar.

Je zit op de rand van de dag, schudt dromen uit weerbarstige haren.
De wekkerradio braakt onheil uit en de regen tikt tegen je geweten.
Je kijkt naar me om en ik lig hier, schijnbaar onbewogen.
In je rug zie ik een cello die vandaag hoopvol stemt.

2018 – een sonnet

Deze wereld draait in de plasticsoep.
Onverschilligheid leidt tot weerextremen.
Onze stadslucht blijkt dodelijke troep.
We komen op straat om ’t klimaat te claimen.

Kinderbuikjes door oorlog uitgehold.
Jemen is van de wereld afgesneden.
Ook elders worden human rights gemold.
Trumps grenswacht grossiert in gruwelijkheden.

Vreemdelingenzaken zegt: less is more.
De Marracrash wordt een politiek wapen.
Michel valt twee keer en de show gaat door.
Les gillets jaunes moeten geld bijeenschrapen.

Goddank spelen de Duivels op een wolk.
Als we scoren zijn we even één volk.

 

In de ‘Zeef van de Maand’ november

Ik heb tof nieuws gekregen. Mijn gedicht nachtkastje is blijven liggen in de Zeef van de Maand, een initiatief van Het Gezeefde Gedicht.

Schermafbeelding 2018-11-09 om 11.26.33

 

Ik had ook onverzettelijke traagheid en leegstand ingestuurd. Daarover had de redactie het volgende te zeggen:

“De andere teksten zijn ook mooi geschreven, maar het is eerder mooi geschreven proza dan poëzie. Het tweede rekent veel minder op ‘directe zegging’ en is veel suggestiever. Vandaar.”

De feedback bevestigt hoe ik er zelf tegenover sta. Mijn poëtische teksten flirten vaak met de grens tussen proza en poëzie. Dat maakt mij ook niet uit. Ik schrijf gewoon waar ik zin in heb. Maar het antwoord van de redactie heeft me wel aan het denken gezet. Want wat betekent suggestief? Een online woordenboek heeft het over ‘het oproepen van beelden of gedachten’. Ik moet toegeven dat proza bij mij soms meer beelden en gedachten oproept dan een gedicht, vaak tussen de regels door. Een goed geschreven verhaal kan nog dagen in mijn hoofd malen en inzichten geven. Dat heb ik bij gedichten toch minder.

Ik denk dat de redactie met ‘suggestiever’ ook doelt op de mate waarin een tekst voor interpretatie vatbaar is. Ik heb de laatste jaren prachtige poëzie gelezen. Ik weet vaak niet waarover het precies gaat, maar het gedicht heeft me wel geraakt. Andere lezers kunnen die poëzie totaal anders interpreteren. Dat heb je met proza (en de poëtische proza van mijn teksten) minder. Verhalen zijn eenduidiger, maar wat je eruit haalt verschilt natuurlijk wél van mens tot mens.

Ik begrijp waarom Het Gezeefde Gedicht strenge grenzen stelt. Dat maakt het voor de redactie ook makkelijker om te zeven. Maar het lijkt me, gezien de vaagheid van die grens soms, een moeilijke opgave die bovendien persoonsgebonden is. Ondertussen blijf ik vrolijk flirten met beide (en andere) genres en ben ik vooral dankbaar voor de publicatie.

Geruis

In dit eeuwige geruis blijven wij oorverdovend stil.
We laten de pijn bovendrijven en aanspoelen.
Je graaft je tenen in het zand en je hoofd in mijn troost.
Wolken kabbelen boven de storm die je ademt
en de meeuwen, ze pikken nooit je zorgen mee.

Straks drijft het schijnsel van de maan op zee.
Dan vis ik het uit de nacht, drapeer het rond je slapende schouders.
En als de zon begint te schijnen, breng ik je diamanten als ontbijt.
Elk dag opnieuw zal ik je meenemen naar dit eeuwige geruis
tot de wind mij de juiste woorden influistert.