(geen titel)

Je bril vangt druppels uit een stortbui.
Eentje kronkelt zich een weg naar de rand van je montuur en blijft halverwege hangen. De zwaartekracht heeft minder te zeggen in het licht van je ogen.

Je vraagt je af wat het ergste is:
opgaan in een plas aan je voeten of verdwijnen in een brillendoekje.

Je ziet nu een traan in de druppel.
Je wandelt verder met aangeslagen brillenglazen.

Advertenties

Handdoek

Je zit met een vrouw in een hotelkamer. Wat zopas is gebeurd lost op in de hete damp van de douche waar je onderstaat. Door een kier zie je dat de vrouw haar panty’s aantrekt. Haar lippen zijn weer wijnrood, net als 20 minuten geleden. De vrouw steekt geld in haar kousenbroek en bindt haar losbandigheid vast met een babyroze rekker.
Je denkt aan je dochtertje.

Je kiest deze vrouw omdat ze ruikt naar de wasverzachter uit je jeugd. Soms gloeit ze nog na van de man voor jou. Die gloed doet je goed. Het is een welgekomen afwisseling voor de artificiële kilte op kantoor. Je stapt uit de douche en neemt een handdoek van karton. Een sticker op de muur stelt je voor een keuze: je kan dezelfde handdoek blijven gebruiken of je gooit hem op de grond. De eerste optie is beter voor het milieu.

De vrouw loopt zonder iets te zeggen de kamer uit. Je kan geen afscheid nemen van iets dat niet bestaat. Je stort je gezicht in de handdoek en schrobt de ontrouw van je blik. Je kijkt naar jezelf in de badkamerspiegel en ziet dat het niet is gelukt.
Je gooit de handdoek op de grond.
Je denkt aan je vrouw.

Vliegtuigmodus

Je zit op de rand van de dag, geeuwt de kreuken uit je lijf.
Buiten waken straatlampen over ontwakende Verkavelingsvlamingen.
Kauwen krijsen krassen in de schemer en ik lig hier
in sluimerstand, tel sproetjes op je rug als zegeningen.

Je zit op de rand van de dag, scrolt de slaap uit je ogen.
In het schijnsel van je smartphone oog je killer dan je me liefhebt.
Je benen maken een kruis over de nacht en ik lig hier met mijn armen
gespreid in vliegtuigmodus, onbereikbaar voor commentaar.

Je zit op de rand van de dag, schudt dromen uit weerbarstige haren.
De wekkerradio braakt onheil uit en de regen tikt tegen je geweten.
Je kijkt naar me om en ik lig hier, schijnbaar onbewogen.
In je rug zie ik een cello die vandaag hoopvol stemt.

Zwerfvuilactie

Vandaag kwamen Otto-Jan en ik op straat voor het klimaat. Niet door te betogen, wel door mee te doen met een zwerfvuilactie van Natuurpunt. Regen of niet, Otto-Jan was in zijn nopjes. Met zijn klimaatzwaard greep hij elk stukje ecologische onverschilligheid bij de kraag. Vooral verpakkingen van Snickers, chips en ander snoepgoed vielen bij hem in de smaak. Verder zagen we blikjes, doekjes en vooral sigarettenpeuken langs de fietsostrade in Lint. Af en toe kwamen er mensen voorbij die hun duim opstaken of ons bedankten voor het werk. Vooral de goedkeurende blik van twee agenten deed Otto-Jan glunderen.

Uiteraard doen we dit voor de natuur en niet voor de schouderklopjes, maar ik ben blij dat Otto-Jan zelf heeft ondervonden dat je vaak iets terugkrijgt voor een nobele daad. En dat is dankbaarheid.

Foto: Nick Schryvers

Princekoeken

Je loopt tussen de rayons als een model op de catwalk. Je draagt rode stiletto’s met matching lippenstift en een zwarte trenchcoat. De zonnebril op je hoofd doet dienst als diadeem. Je wordt aangestaard door ontbijtgranen, droge beschuiten, een beveiligingscamera en mezelf. Ik zou nochtans liever niet naar je kijken. Want dat is net wat je wil, wat je verwacht. En je bent mijn type niet eens. Je houdt halt bij de koekjes. Kijk eens aan. Hand in de zij en de poep naar achter. Je speurt de schappen af van boven naar onder tot je in een hoek van negentig graden voorovergebogen staat.

Je weet dat ik naar je kijk, is het niet?

Ook al probeer ik de illusie te wekken dat ik alleen oog heb voor beschuiten. Ik bestudeer een pak meergranen Cracottes alsof ik de achterflap van een boek lees. Jij neemt Princekoeken met witte vulling van het schap en loopt dan met je winkelmandje heupwiegend mijn richting uit. Zal ik even vriendelijk knikken als we elkaar kruisen? Dat doe ik altijd tussen de rayons. Ik hoef mijn gedrag niet aan te passen omdat ik denk dat jij ervan uitgaat dat ik je beloer.

Ga je oogcontact zoeken op het moment dat je me passeert?

Ja, en dat doe je langer dan gebruikelijk is tussen vreemden. Je lacht zelfs je gebleekte tanden bloot. Wat een stoute blik! Ik lach verlegen terug en kijk je achterna terwijl je van me weg flaneert. Je vastberaden tred lijkt gestuwd door een drang om bekeken te worden. Of is dit gewoon wie jij écht bent? Een vrouw die trots is op haar schoonheid. Een vrouw die ervan overtuigd is dat het probleem ligt bij mannen zoals ik. Maar ik ben niet zo’n man. Het is niet je schoonheid maar je verpletterend zelfvertrouwen dat mij intrigeert. Ik zet de beschuiten terug, neem een rol Princekoeken met chocoladevulling en reken af aan de kassa.

Ik wandel naar mijn volgende bestemming: de slager. Het is er druk. Ik kijk naar binnen en ik zie hoe levend vlees happig wijst naar dood vlees. Hier wordt gehakt gemaakt van vegetarische voornemens. In de weerspiegeling van het raam zie ik ook twee roze vlekjes. Ik beweeg mijn hoofd en de vlekjes bewegen mee. Instinctief grijp ik verschrikt naar mijn haren. Het zijn de roze speldjes van mijn dochter. Die was ik thuis blijkbaar vergeten uit te doen. Nu weet ik het wel zeker. Je keek niet stout of uitdagend. Je keek spottend, met de gebleekte tanden op elkaar geklemd om de hilariteit binnensmonds te houden. En ik kan je geen ongelijk geven.