Wegzinken

Een man drijft zoals een dorre tak op de rivier. Met het hoofd eerst
volgt hij de weg van de minste weerstand. Soms blijft hij haperen aan de bodem
van zijn geheugen; aan dat wat ooit was en wat nooit zou gebeuren. Hij staart
de wolken uit de hemel.

Een libelle landt op zijn buik, beseft dat hij stuurloos is, vliegt weer weg.
Bomen buigen zich over zijn lot en schudden van nee. Zelfs de keien wijken.
De man laat zijn armen zinken. Vingertoppen glijden over algen en hij voelt haar
lange haren zoals het was, zoals het nooit is gebeurd.

Advertenties

Voedsel, beschutting en een beetje troost

In een tuin die niet de mijne is, sta ik oog in oog met een eeuwenoude beuk.
Ik laat mijn blik glijden over takken die verder reiken dan een mensenleven.
Zijn kruin is weelderig, zijn stam lijkt nooit geknakt onder de grillen van eender welke tijd. Een beuk van zijn status wuift niet naar mensen. Hij staat erbij en kijkt onbewogen naar onze vergankelijkheid. Als je de Franse Revolutie en alle miserie sinds toen hebt getrotseerd, kan je jezelf veel permitteren. Deze beuk is een heerser. Kijk eens hoe het leven vleiend rond hem fladdert in ruil voor voedsel, beschutting en, wie weet, een beetje troost. Zijn aanwezigheid is zowel een geruststelling als een vanzelfsprekendheid. Zijn wortels zijn verstrengeld met de geschiedenis van dit dorp en zijn inwoners. En ik ben gewoon een van zijn vele gasten die de voorbije eeuwen de tijd hebben genomen om even bij hem stil te staan. Op zoek naar antwoorden, de essentie of gewoon om even te kunnen verdwijnen in zijn schaduw. Tussen het geritsel van zijn bladeren door lijkt hij mij te willen vertellen dat geluk even vanzelfsprekend kan zijn als het leven van een beuk. Ik begrijp dat er geen zoektocht hoeft te zijn naar het utopische onbekende en dat escapisme een illusie is. Rond zijn blakende stam draait alles om de orde van de dag: voedsel, beschutting en, wie weet, een beetje troost. Het maakt niet uit hoe de zon staat, ik zal altijd in zijn schaduw staan. Daar, in die tuin die niet de mijne is, besef ik hoe ik groot wil worden.

 

IMG_6710Volgens de eigenares van ons vakantiehuisje in Libin staat deze prachtige beuk hier sinds de periode van de Franse Revolutie.

SchrijversAcademie

Nieuws van het poëziefront! In september start ik met de tweejarige opleiding poëzie aan de SchrijversAcademie van Creatief Schrijven. Mijn doel? Bijleren, geïnspireerd worden en werken aan die eerste bundel.

Hieronder vinden jullie de motivatiebrief die ik stuurde. Zo krijgen jullie een beter zicht op mijn poëtische plannen. Die brief verzond ik samen met een selectie van zes teksten die het best passen bij de bundel die ik voor ogen heb. Dat zijn: nachtkastje, leegstand, vliegtuigmodus, vanavond laten wij de hemel blozen, roze als beenham en onverzettelijke traagheid.

Beste jury,

zes jaar geleden schreef ik een brief aan mezelf. Het was een opdracht in functie van het Basisjaar Literair Schrijven. Als ik de brief nu lees, denk ik terug aan de tweestrijd die ik toen ervoer. Ik wou me op aanraden van docent John Vervoort kandidaat stellen voor de SchrijversAcademie, maar het was op dat moment te hectisch in mijn leven. Nu schrijf ik meer dan ooit (7 à 10u), ook al is het nog even druk als toen. Maar er is geen tv meer en ik heb leren schrijven op momenten dat het huis slaapt. Mijn teksten variëren van poëzie tot proza, van quotes tot song- en autobiografische teksten en alles ertussen. Steeds vaker vloeien er gedichten uit mijn pen. Poëzie is een noodzaak geworden. En daar wil ik met plezier tien uur per week aan wijden.

Ik heb een literair project voor ogen. Ik wil het gewone leven en de kleine dagen eren met poëtische teksten die herkenbaarheid oproepen. Ik wil schijnbaar banale situaties bijzonder maken en een lans breken voor traagheid en reflectie in een snel veranderende wereld. De teksten die ik bij deze motivatiebrief voeg, passen binnen mijn literair project. Het zijn trouwens gedichten die ik graag op een podium breng. Zo stond ik het voorbije halfjaar op verschillende ‘podia voor woord’: Ballonnenvrees (Mechelen), De Sprekende Ezels (Turnhout), Zeghetmettekst (Hasselt), Smeltkroezen (NL), Hotsy Totsy (Gent) en Winteroogst (Antwerpen). Ik deed ook mee aan de wedstrijd DichtSlamRap in het Nederlandse Boxtel, waar ik een van de twee winnaars werd in de prefinale en de top vijf haalde in de finale.

Waar ik op dit moment sta? Ik ben ervan overtuigd dat ik de laatste jaren progressie heb gemaakt in de zoektocht naar mijn eigen literaire stem. Dat merk ik ook aan de feedback van andere (podium)dichters en de juryleden van DichtSlamRap. Maar ik haal niet het niveau van de dichters die ik graag lees. Het kan scherper, origineler en eigenzinniger. En dan kijk ik graag naar de SchrijversAcademie om mij daarbij te helpen. Ik wil mijn literaire valkuilen beter leren omzeilen, weten waar in het literaire veld ik mij bevind en mij simpelweg laten inspireren.

Binnen twee jaar hoop ik een manuscript in handen te hebben waarmee ik naar uitgeverijen kan stappen. Van enkele gedichten wil ik ook een muzikale versie maken die ik bij de bundel als gratis download zou voegen. Via deze link vind je een garage-opname van het gedicht Onderstroom. De kwaliteit van de opname is bepaald niet professioneel, maar zo krijg je een idee.

Ik heb de voorbije jaren verschillende opleidingen gevolgd bij Creatief Schrijven. Als ik de cursussen zakelijk schrijven niet meereken, gaat het over: Basisjaar Literair Schrijven (2012-2013), scenario schrijven en column schrijven. De laatste jaren schrijf ik vooral poëzie en poëtische proza. Het is de weg die ik verder wil inslaan. Het is ook het genre waar ik het meeste voldoening uit haal als schrijver.

Enkele publicaties waar ik trots op ben: Top 100 Turing Gedichtenwedstrijd (2019), Het Gezeefde Gedicht (2018), eentweepowezie.be (2019), vier keer Tip Van De Week op Azertyfactor (waarvan 3 maal in 2018), Poemtata poëziebundel (2017), GEOOGST (online initatief van Zeghetmettekst, 2017), magazines van De Standaard en Het Nieuwsblad naar aanleiding van een schrijfwedstrijd van het Agentschap voor Natuur en Bos (2010).

Om mijn kansen bij een uitgeverij te vergroten, zal ik de komende maanden en jaren ook teksten sturen naar literaire magazines zoals Kluger Hans, Tijdschrift Ei enz. 

Zo. Nu ligt het in jullie handen. Ik duim voor mezelf tot ik kramp krijg.

Hartelijk,

Antony

 

Nieuwe wereldorde

 

Het is een avond waarop wolken onder elkaar door schuiven
alsof een nieuwe wereldorde in elkaar wordt gepuzzeld.
Het zou je niet mogen verwonderen, in een land waar angst
als een storing over de menselijkheid trekt. Ook bomen wachten
buigzaam hun lot af en vogels slaan hun vleugels voor de ogen.

Het is een avond waarop je kijkt door een raam dat tranen laat.
De hemel flitst foto’s van de tijd waarin we leven. Je vergelijkt
de beelden met die van het verleden en stelt vast dat we niet
uit onze geschiedenis leren. Je beseft, meer dan ooit, dat de zon
helaas niet voor iedereen door de wolken mag breken.

 

De reuzenalbatros

Het was in het voorjaar van 2008. We zaten op een strand in Kaikoura, Nieuw-Zeeland, onder een staalblauwe hemel met een Seafood Basket in onze handen. We werden gebeld door een lokaal toerismebureau om te melden dat onze excursie naar de albatrossen op zee doorging. Een uurtje later zaten we op een klein bootje enkele kilometers van de fabelachtige kust. We zagen vogels met 3,5 meter spanwijdte door de lucht suizen en van dichtbij zaten ze te vechten om voedsel. Ik heb zelfs een (mislukte) foto waarbij een albatros landt op het water met op de achtergrond een dusky dolfijn die een pirouette draait in de lucht. Alles was perfect. Toen we die avond naar onze volgende bestemming reden met de ondergaande zon en de gloed van de dag op ons gezicht, zagen we in elkaars ogen dat dit een dag was om nooit meer te vergeten.

Vandaag kreeg ik voor Vaderdag een pin van de reuzenalbatros. Ik ben daar erg blij mee omdat ik die dag een beetje heb herbeleefd. Het is elf jaar later nog steeds een van de meest memorabele momenten uit mijn leven.

Stuurloos

We zijn minder beschaafd in de rol van chauffeur. Alsof er een chemische reactie in onze hersenen plaatsvindt van zodra we de motor starten. Ik spreek uit ondervinding, als bestuurder onder de bestuurders. De ene chauffeur is sneller geprikkeld dan de andere, maar het is duidelijk dat we ons vaak overdreven expressief uitdrukken wanneer een verkeerssituatie ons niet zint. Ik geef enkele redenen.

Je moet je punt maken met gebaren. Dat maakt het moeilijk om nuances te leggen. Populaire uitspattingen zijn: met opengesperde ogen (en soms ook mond) de wijsvinger tegen het voorhoofd tikken, neen knikkend je gezicht in je handen graven (wat mij gevaarlijk lijkt op de openbare weg) en de middelvinger, al dan niet met bijbehorende verwensingen die je door hun eenvoud en gangbaar gebruik makkelijk kan liplezen.

Autorijden is een overlevingstocht, vooral tijdens de spitsuren. We staan op scherp als we door de straten van een betonnen jungle laveren. Fouten maken kan dan ook zware gevolgen hebben. Maar je zit ook beschermd. Je kan je wagen vergrendelen en niemand weet wie je bent. Het enige dat tegen je gebruikt kan worden, is je nummerplaat. Dat heeft tot gevolg dat sommigen onder ons zich ongenaakbaar voelen achter hun stuur. En als de situatie écht uit de hand dreigt te lopen, kan je nog altijd wegstuiven gelijk een cowboy te paard.

En hoe is het met míjn rijgedrag gesteld? Meestal goed. Ik ben een gezapige chauffeur die voldoende afstand houdt en de snelheidslimieten respecteert. Ik maak me vooral druk wanneer andere chauffeurs in mijn gat plakken en zich kwaad maken omdat het voor hen niet snel genoeg gaat. Ik zal mijn ongenoegen alleen uiten als de tegenpartij begonnen is. Dan reageer ik soms voor ik heb nagedacht. Meestal met een blik die je in woorden het best kan omschrijven als wadistjong!

Een keer ging ik een stapje verder. Ik had onze auto op een parkeerplaats voor personen met een handicap gezet. Het was maar voor enkele minuutjes. Omdat we geen andere parkeerplaats vonden en we veel moesten uitladen, waaronder onze baby-dochter die toen enkele dagen in het ziekenhuis had gelegen. Toen ik mij net had geparkeerd, kwam een auto aangereden met een bejaard koppel in. De chauffeur zag rood van woede en ongeloof. En maar gesticuleren. Met een Maxi-Cosi, verzorgings- en boodschappentassen in onze handen gebaarden mijn vrouw en ik dat het maar voor even was. En dat ik meteen weer weg zou rijden. Er was trouwens nog een plekje voor personen met een handicap vrij. Maar dit was duidelijk een principekwestie. De oude man stond op ontploffen. Ik kreeg het op mijn heupen, zette de boodschappen neer en stapte stoerder dan ooit (denk aan slowmotionbeelden van een actieheld die naar de camera toe komt gewandeld om de wereld te redden) naar de fulminerende man. Ik moet indruk hebben gemaakt, want hij zat er plots als versteend bij, schoof zijn autoraampje toe en reed achteruit van me weg. Mijn vrouw lag in een deuk. Zo kent ze mij niet. Zelden was ik zo lachwekkend in haar ogen. Het zoveelste bewijs dat agressieve uitlatingen niet in mijn natuur liggen. Maar in de ogen van één koppel zal ik voor altijd crapuul zijn.