#blijfinuwkot – week 1

De eerste week thuiswerk zit erop. Wat heb ik geleerd?

1. Mijn kinderen (5 en 8 jaar) kunnen zich uitstekend bezighouden. Oké, het huis lijkt sinds de milde lockdown op één groot hindernissenparcours, maar het zij zo. Er staat voorlopig geen maat op hun fantasie en inventiviteit. En ze spelen meestal goed samen. Dat is een zegen, want ik kan mijn job niet combineren met het beantwoorden van duizend-en-een waarom-vragen, waarop ik vaak geen antwoord weet. Dat ligt aan mezelf, maar ook aan de werkdruk die geen onderscheid maakt tussen thuis- of kantoorwerk. O wat klink ik aanstellerig verwend als je mijn situatie vergelijkt met moedige zorgwerkers.
2. Ik word niet gelukkig van videovergaderingen in groep. Het format ligt me niet. Ik voel me bekeken. Je verschijnt in een klein kadertje tot je je mond opendoet en je plots in het groot voor iedereen zichtbaar bent. Zelfs een kuchje (‘oei, Corona?’) volstaat om in het middelpunt van de digitale belangstelling te staan. Sommige gesprekspartners plakken trouwens erg dicht tegen hun camera, waardoor ze heel mijn laptopscherm vullen. Dan deins ik achteruit. Virtual social distancing zeg maar.
3. Ik ben dankbaar voor ons huis, filterkoffie, onze tuin en de zingende vogels die zich geen hol aantrekken van Corona. Ik voel mee met gezinnen die het moeten stellen met een klein appartement. Als daar maar geen gezinsdrama’s van komen. Ik word ook woest van bepaalde politieke beslissingen. Zo las ik dat opvangcentra tijdelijk sluiten waardoor asielzoekers en hun kinderen op straat belanden. ‘#blijfinuwkot’ is een slogan die niet voor iedereen opgaat.
4. Ik ben plichtsbewust. Dat wist ik al en het is weer bevestigd. Ik zet me thuis even hard in voor m’n werk als op kantoor. Mijn vrouw vindt dat ik daar soms in overdrijf en ze heeft gelijk.
5. Bij ingrijpende veranderingen denk je meer na over je leven, je job en hoe het anders kan. Wordt vervolgd.

Morgen begint een tweede thuiswerkweek. Mijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers en hun naasten, en de zorgwerkers die elke dag levens redden. Wil je zelf een bijdrage leveren? Op het platform http://www.hulpvoorhelden.be kan je je opgeven om te koken, te wassen, om mondmaskers te maken, te bellen met eenzame hoogbejaarden enz. Mijn vrouw, die ook thuiswerkt, heeft zich ingeschreven en ik zal haar helpen waar nodig. Ik heb wel één veto gesteld: geen kinderopvang.

Mijn oma in tijden van Corona

Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x

Sonnet zkt. Auteur (vertaling)

De laatste twee lessen omtrent ‘materialiteit’ (SchrijversAcademie) gingen over literair vertalen. Dat is toch echt een vak apart. We kregen de opdracht om ‘Sonnet in Search of an Author’ van William Carlos Williams (1883-1963) om te zetten naar het Nederlands. Het was leerrijk en fascinerend om te zien hoe elke dichter er op zijn of haar manier mee aan de slag is gegaan. Wat een rijkdom aan vertalingen! Het was voor velen, mezelf incluis (songtekst niet meegerekend), een eerste keer.

Nog even dit, alvorens je begint te lezen; Williams was een modernist die zich afzette tegen de romantiek, een stroming waarin het sonnet een populaire vorm van poëzie was.

Hieronder mijn versie, getiteld Sonnet zkt. Auteur.

 

Schermafbeelding 2020-03-10 om 23.04.00

Top 100 De Gedichtenwedstrijd

Goed nieuws! Voor het tweede jaar op rij haal ik de top 100 van De Gedichtenwedstrijd (vroeger Turing Gedichtenwedstrijd). Met zo’n 6500 ingezonden gedichten ben ik daar best wel trots op. De prijsuitreiking (top 3) is op 21 maart in Amsterdam.

Alle gedichten uit de top 100 zullen in een bundel staan die wordt uitgegeven door het Poëziecentrum. Zalig!