Côte du Commerce

Laat ons twee weken de rest van het jaar uitzweten.
Laat ons liggend strijden om de mooiste teint;
op onze rug, onze buik of drijvend
op ijdelheid. Laat ons baden in superioriteit.
Nous sommes quand même tous des Européens.

Laat ons twee weken vet kweken.
Laat vuilnisbakken onze mateloosheid uitbraken
op het strand en laat de zee erin stikken.
De branding zal onze enkels likken
met het schuim op de lippen.

Laat ons dan naar de einder kijken en inzien
dat de horizon er gekarteld bijligt.
Morgen laat zijn tanden zien.

Geruis

In dit eeuwige geruis blijven wij oorverdovend stil.
We laten de pijn bovendrijven en aanspoelen.
Je graaft je tenen in het zand en je hoofd in mijn troost.
Wolken kabbelen boven de storm die je ademt
en de meeuwen, ze pikken nooit je zorgen mee.

Straks drijft het schijnsel van de maan op zee.
Dan vis ik het uit de nacht, drapeer het rond je slapende schouders.
En als de zon begint te schijnen, breng ik je diamanten als ontbijt.
Elk dag opnieuw zal ik je meenemen naar dit eeuwige geruis
tot de wind mij de juiste woorden influistert.