Alles of niets

Er zijn van die zeldzame momenten dat ik door het raam kan turen zonder iets te zien. Ik zit op een stoel met het ene been gekruist over het andere en mijn hoofd kantelt schuin. Alsof ik hoop dat het zo kan leeglopen tot er niets meer overblijft buiten een stoel, een raam en een onbestemde buitenwereld. Niets buiten het beeld dat ook anderen kunnen waarnemen. Toch zijn er altijd de gedachten tussen mij en het raam. Er zit altijd wel iets in niets. Het is alles wat we willen vertellen zonder iets te zeggen. Het is het blanco blad dat altijd een belofte inhoudt, de witruimte die onze zinnen verzet, de dromen die we voelen maar ons niet meer herinneren. Het zijn de dingen die niet gebeurd zijn en die we, net daarom, altijd zullen onthouden. Wat lijkt op niets kan alles betekenen, op die zeldzame momenten aan het raam. En dan recht ik het hoofd. Meer heb ik niet gedaan.

 

Advertenties

Ondanks alles

Ondanks je parfum dat nog steeds in mijn geheugen nevelt en al die keren dat ik dagdromend je naam heb gepreveld, ondanks de verwachtingsvolle nacht die uit je haren waaide toen ik je fietsend naar huis bracht, ondanks mijn schouder onder jouw vermoeidheid op een trein die van mij mocht blijven rijden en je lach die ik ooit heb opgenomen om je te kunnen horen in eenzame tijden, ondanks de filmavond onder hetzelfde deken en de aanrakingen die toevallig leken, ondanks de oordopjes die ik stiekem proper maakte om de muziek te delen die ons beiden raakte, ondanks de sjaal die je bij mij had achtergelaten waardoor ik je niet kon loslaten, ondanks je vurigheid die ik ontbeerde en de rust die jij bij mij apprecieerde, ondanks je blik die ik begreep zonder woorden en die mij vertelde dat we bij elkaar hoorden, ondanks al die jaren dat ik op je wachtte, zijn wij nooit geworden wat ik lang verwachtte.

Rimpels

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie lijnen
getekend door de jaren
van het goeie leven
gekerfd door tegenslag
in een ver verleden.

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie golven
ze zwellen aan met de jaren
en de hoop
dat we er nog lang
wel bij mogen varen.

Ik zie geen rimpels, schat
ik zie twee mensen
die steeds meer voor elkaar
lijken uitgesneden.

 

Mijn stalen vriend

Weet je waarom deze kanjer straalt? Na zeven jaar is hij eindelijk verlost van zijn kinderstoel. Het moet voor hem een kwelling zijn geweest. Ik voelde het als we gingen fietsen. Alles verliep stroef. Hij ging gebukt onder een verantwoordelijkheid waar hij niet om vroeg. Zoals de eeuwige vrijgezel die ongewenst met een kind zit opgezadeld. Gisteren was het zijn wederopstanding. Hij bolde fantastisch. Zijn banden zaten vol energie. Samen jaagden we elektrische fietsen op, vlogen we ‘en danseuse’ over bruggen en trapten we een nieuwe fase op gang. Vandaag waren we weer vrij. Ik ben blij dat we elkaar hebben teruggevonden, mijn stalen vriend.

Als het huis slaapt

 

Als het huis slaapt

laat ik de letters stiekem binnen.

Dan zeg ik: “Welkom. Neem plaats in dit gedicht.”

In het begin komt er geen zinnig woord uit.

De o’s rollen met de ogen

v’s en w’s klappen dicht

een Griekse y loopt wat verloren

b’s en d’s maken zich dik

een k staat wankel op zijn poten

twee m’en roepen om hun mama

de q wil zijn plaats verloten

een ontzette z verkoopt wat drama

één p en drie f’en beginnen te zuchten

de a zet zich op de h en denkt na

enkele letters kunnen elkaar niet luchten

drie x’en dromen van erotische proza.

Gelukkig heb je nog de i’s en de j’s

die steken de koppen bij elkaar

want schrijven is lijden met lange ij

en voor je het weet

krijg je een gedicht voor mekaar.

Onverzettelijke traagheid

 

Ik keek naar mijn overbuur, de Berg. Hij lachte zijn flanken bloot. Van uitbundigheid was geen sprake, die was al geruime tijd geërodeerd. Ik voelde dat hij op me neerkeek. Boven hem hing een wolk van een middelvinger. De Berg liet me verstaan dat ‘de jaren van verstand’ niet bestaan als je alleen opkijkt naar je eigen bergwand. Dat bedoelde hij uiteraard metaforisch. Wie anders dan de Berg heeft het recht om te grossieren in beeldspraak. Hij vertelde me ook dat je gerust naar de hemel mag reiken, maar dat anderen altijd hoger zullen grijpen. Er bestaat immers een limiet op grenzen verleggen. Dat is wat zijn bovenste bomenrij mij wilde zeggen. Maar wat de Berg vooral in mijn hoofd wilde prenten, is dat je kan groeien door stil te staan. Ik keek dus naar mijn overbuur, de Berg, en besloot wat langer te blijven staan. Ik lachte terug, omdat hij zo vriendelijk was zijn onverzettelijke traagheid met mij te delen. Ook al ben ik maar een zucht in zijn ondoorgrondelijke leven.

 

Schermafbeelding 2018-07-11 om 15.40.38