It was a good day

Ik haal het in m’n hoofd om mijn zoon te laten kennismaken met hiphop uit de jaren negentig. Ik laat Triumph van The Wu-Tang Clan uit de speakers knallen en we beginnen te dansen zoals stoere rappers dat doen. De dochter vlucht naar haar kamer en een halve song later spurt haar broer ook de trap op. Mij niet gelaten. Ik zit lekker in de groove. Twee dikke duiven op het tuinhek kijken me achteloos aan terwijl de ene na de andere klassieker met vette rhymes mijn lijf ophitst tot een bespottelijke scène in de woonkamer. Van de Clan gaat het naar Dr. Dre, Tupac Shakur, Jurassic 5 … De linkse duif heeft er genoeg van en keert me de rug toe. De rechtse duif volhardt in onverschilligheid. Ik zet het geluid nóg een tikje harder als Ice Cube aan de beurt is en ik zing mee: today was a good day.

Today was a good day.

De Letterkoek gaat viraal!

Mevrouw C. stuurde mij deze ochtend een vriendschapsverzoek op Facebook. Ze had twee quotes van me gedeeld met de Facebookgroep ‘VRT Taal’, een forum bestaande uit een bont gezelschap taalliefhebbers (van schuimbekkende taalpuristen tot likers van woordspelingen en quotes). Toen mevrouw C. De Letterkoek had ontmaskerd, kreeg ik de vraag of ze me mocht vermelden. ‘Graag’, schreef ik, mijn ego en het auteursrecht indachtig. ‘Tof dat je mijn schrijfsels deelt’, voegde ik er dankbaar aan toe. Ik ben dan meteen gaan piepen op het forum om vervolgens met verbazing vast te stellen dat een van de twee quotes een eigen leven is gaan leiden op Facebook, vóór de bronvermelding weliswaar. En hoewel ik het aanvankelijk jammer vond dat ik nergens werd vermeld bij een eigen schrijfsel dat nog nooit zo viraal* ging, geniet ik omdat ‘veel’ mensen er zich mee verbonden voelden. Het was plots mijn quote niet meer, maar eentje van iedereen. Daar ben ik dankbaar voor. Hulde aan mevrouw C.!

*Ik weet het, de cijfers zijn niet spectaculair, maar zo veel exposure heb ik op sociale media nog nooit gehad.

Zondag jogdag

Vandaag zijn we in het park van Hove gaan joggen. Na een rondje ruilen de kinderen het looppad in voor de speeltuin. Annelies en ik joggen verder. Op een gegeven moment vliegt een voetbal onze richting uit, recht de beek in. Gezwind loop ik tussen de bomen naar de beek om vervolgens met mijn benen een brug te maken over het waterloopje. Ik buk me om de bal uit het roestbruine water te plukken. Ik geraak er niet. De spanning op mijn liezen bouwt zich op. De puber die aan het sjotten was, komt intussen aangerend. Laat je niet kennen, Antony. Ik hoor het mezelf denken. Een beetje dieper door de beentjes dan maar. Ik kom niet verder dan een schampschot met mijn vingertoppen. Bijna! Annelies heeft onderwijl achter mij postgevat. Nog een poging. Ai, de liezen lijken het niet te trekken. Ik kom weer recht en draai me naar de jongen, mezelf verontschuldigend dat de veertig in zicht is. De jongen bedankt me uitvoering voor de moeite. Enfin, hij bedankt ons. Want de voetbal vliegt voorbij mijn gezichtsveld zijn richting uit. Annelies had hem uit de beek gevist. Ik hoorde haar zuchten noch kreunen van de inspanning. Het moet vlotjes gegaan zijn. Ik besluit een extra rondje te lopen om het voorval te verwerken.

Tandartsbezoek

Ik lig neer op de stoel van de tandarts. De radio speelt Crazy van Aerosmith en ik sluit mijn ogen. Ik zit op de rand van mijn bed te staren naar Alicia Silverstone in een videoclip op MTV. Liv Tyler is er ook bij maar dat is bijzaak. Ik zit naast Alicia in een cabriolet, ruik bij vlagen de shampoo van haar wapperende manen en we lachen de wereld blij. We springen naakt in een meertje en doen wat van spetter spat. Op de rand van het bed beeld ik me in hoe een tongzoen proeft. Het is mijn eerste idee van wat verliefdheid is. ‘Geef een seintje als het pijn doet.’ Ik lig op de stoel van de tandarts en open mijn ogen. Een traan welt op. Met Alicia is het nooit iets geworden. Een cabriolet is niets voor mij. Maar als ik straks huiswaarts keer, voelt mijn mond fris als een bergmeertje.

Deze ochtend

Deze ochtend blijf ik wat langer in bed liggen, alleen met mijn ademhaling. Ik vind dat bijzonder therapeutisch. Ik hoor voetstappen van passanten en de flarden tekst die ze als ballonnetjes voor ons venster oplaten, het gekras van kraaien dat het getjilp overstemt, de kinderen in de living die genade kennen voor hun soezende vader in tegenstelling tot de tractor die zijn ontwaken aan flarden buldert. Ik open mijn ogen en ik zie de grijze wolkenmassa breken in stukken met gouden randen waarachter het hoge blauw. Ik meen in de lucht een gezicht te herkennen. Het kijkt op me neer en lijkt me te willen zeggen: “Het is goed geweest. Sta nu maar op, kerel.”

Ode aan een verguisd muziekgenre

Tijdens mijn ouderschapsverlof heb ik een aantal voornemens opgesteld waarmee ik je nu niet ga vervelen. Ik heb ze nog niet opgeschreven maar ze zitten klaar in mijn hoofd als bankzitters die zich opwarmen om eindelijk te mogen invallen. Eén van die voornemens is meer beweging, onder andere via avondwandelingen.

En zo geschiedde na een videocall van meer dan vier (!) uur. Spotify stond op shuffle. Nick Cave liet me engelen in de wolken zien, Nils Frahm schilderde landschappen met zijn piano en Corey Taylor van Slipknot brulde het doek zonder pardon aan flarden. Er volgde meer nu-metal, een verguisd muziekgenre dat metal combineert met puberale teksten en andere stijlen zoals hiphop, rock, reggae, pop en dance. De playlist slingerde mij terug naar de late nineties. Dit was de muziek waarmee ik mijn speakers en ouders terroriseerde. Ik droeg toen baggy jeans, bandshirts en Adidas-sneakers die je nu weer in het straatbeeld ziet. Mijn haar stond stijf van de gel en ik had net als mijn muzikale helden een sik en bakkebaarden. Vooral Deftones, Korn, Limp Bizkit en Slipknot waren een uitlaatklep in onzekere tijden.

Waarom vind ik nu-metal van toen twintig jaar later nog steeds aanstekelijk? Nostalgie is mijlenver de belangrijkste reden. Maar de cocktail van zware gitaren, aanstekelijke zanglijnen – afgewisseld met grunts en screams (ofwel gebrul) – en beats en breaks die je in een club verwacht, ontketent het beest in mij. Zo vind je me weleens headbangend en meebrullend achter het stuur als ik tegen dertig kilometer per uur door de dorpskern rijd. Helaas heeft de muziekindustrie met dollartekens in de ogen nu-metal geprostitueerd. Boysbands met dezelfde tattoos, sikjes, gelpiekjes en eyeliners maar met minder talent teerden op het succes van voornoemde protagonisten. De woede die mij aansprak in de bands die ik geweldig vond, klonk gemarket bij hun klonen. Hun inspiratieloze deuntjes luidden meteen het einde in van een genre dat hooguit vijf jaar mocht proeven van de roem.

Terug thuis van de avondwandeling was ik benieuwd naar hoe die gasten er tegenwoordig uitzien. Het antwoord is simpel: hetzelfde, maar tien kilo dikker, minder haar om piekjes van te maken, dikkere eyeliner en meer tattoos. Van al die bands volg ik alleen Deftones nog op de voet. Hun muziek (én hun garderobe) is continu geëvolueerd zonder krampachtig hip of radiovriendelijk te willen zijn. De zanger, Chino Moreno, is fan van Morissey, The Cure, PJ Harvey en Nick Cave. Dat duister kantje hoor je in zijn zanglijnen. Deftones is verre van mainstream en jullie vinden het misschien bagger. Dat maakt niet uit. Minder aan verwachtingen willen voldoen, is ook een van die voornemens die ik in mijn hoofd heb geprent.

Een van hun bekendste songs uit White Pony (2000).

Introvert & creatief

“Antony, zeg jij eens iets. Jij bent toch creatief?”

Ik zat in een inspiratieloze vergaderruimte toen zo’n twintig collega’s plots hun hoofden naar mij draaiden. Het enige wat toen in mij opkwam, was het schaamrood op de wangen. Een flauw lachje volgde. Ik had tijdens deze brainstorm inderdaad niet veel gezegd. En de vraag die me gesteld werd, maakte het alleen maar erger. Ik voelde me nutteloos en belabberd.

Ja, ik ben creatief. En ik ben ook introvert.

Als bedrijven en organisaties op zoek gaan naar een creatief idee, wordt vaak aan een brainstorm gedacht. En dat is deels terecht. Mits een goede voorbereiding kan het tot verrassende inzichten en ideeën leiden. Alleen voelt niet iedereen zich comfortabel bij die manier van creëren. Het is een vorm van creativiteit op de werkvloer die vooral extraverten aanspreekt. Het groepsgebeuren is de vlam die zijn of haar inspiratie aanwakkert.

Aanstekelijk? Vast en zeker. Maar creativiteit werkt ook anders.

Ik heb ruimte nodig om op mezelf te creëren. Geef mij de mogelijkheid en de tijd om diep na te denken en ik kom met weldoordachte (en liefst originele) oplossingen aankloppen die hand in hand gaan met brainstorms. Bedrijven en organisaties hebben er dus alle belang bij om een omgeving te scheppen waar zowel extraverte als introverte creatieve medewerkers op hun best zijn. Daar kunnen ze best ook rekening mee houden als ze een vacature* de wereld insturen.

Ook de introverte, creatieve medewerker of sollicitant moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Hij of zij moet duidelijk communiceren hoe het creatieproces bij hem of haar het beste werkt. Dat is voor iedereen anders. De termen introvert en extravert zijn ook maar twee uiteinden van een spectrum. Een introvert voor twintig man aansporen om een brainstorm te redden, is alleszins een slecht idee. Anders zou ik er tien jaar na datum niet naar refereren in een blogpost over creativiteit en introversie.

*tip voor ondernemers en HR-professionals: vermijd de samenstelling ‘creatieve duizendpoot’. Alle creatieve profielen draaien met hun ogen als ze dat lezen. Wees liever zo concreet mogelijk.

August van Putlei

Ik fietste van mijn huisarts in Deurne naar huis via de August van Putlei. Het was jeugdsentiment dat mij daartoe had aangezet. Twintig jaar na mijn middelbareschoolcarrière ben ik harder veranderd dan het gelaat van deze straat. Huid is vergankelijker dan steen. Ik keek rond, snoof de lucht van melancholie op en probeerde het gevoel van toen te herbeleven. Even zat ik weer op mijn stoere citybike.

Ik dacht terug aan het meisje met de mysterieuze blik en blonde krullenbol. Ik fietste, zij wandelde en soms keken we mekaar secondenlang aan tijdens het kruisen. Maar misschien fietsen mijn herinneringen in slow-motion. Ik zie ze naar me glimlachen, spaarzaam zoals de Mona Lisa. Tijdens die momentjes ging mijn hart wild tekeer en domineerde deze schoonheid mijn gedachten tijdens de rest van de rit. Nooit had ik het lef om haar aan te spreken. Er moet een moment geweest zijn dat we elkaar voor het laatst zagen zonder het te weten.

Ik dacht ook terug aan toen ik mijn middelvinger uitstak naar een roekeloze chauffeur die toeterde en mij rakelings voorbij vlamde terwijl ik naast een vriendje fietste. De chauffeur stopte abrupt, stapte uit en wachtte mij met gekruiste armen op. Toen ik hem naderde, slingerde hij verwensingen naar mijn puberhoofd. Dat is wat ik mij herinner, maar het geheugen neemt je voortdurend in de maling.

Ik dacht ook terug aan het nabijgelegen voetbalpleintje waar ik na schooltijd tot een afgesproken uur tegen een bal trapte en joints doorgaf zonder er zelf aan te trekken. Voor het overige herinner ik me bitter weinig van de August van Putlei. Het is ook maar een banale straat. En toch: waar zat ik aan te denken, al die jaren met de wind in de haren? Ik zou eens terug in dat dromerige hoofd willen kruipen. Dacht ik soms aan later?

Mijn Meindls

Beste Meindls

Dertien jaar zonder misstap. Wauw. Ik ben erg trots op het parcours dat we samen hebben afgelegd. We genoten van vergezichten, klauterden op rotsen en doorstonden stormen. We aanschouwden met open mond de vlucht van andescondors en van reuzenalbatrossen, we zagen dolfijnen en walvissen en we keken naar gletsjers en geisers. We stonden tussen metershoge cactussen en lieten de grond kraken op een verzengende zoutvlakte. We hadden schrik toen een onweer over een bergkam rolde en we plots werden omsingeld door steigerende paarden. We hebben honderden kilometers Vlaamse en Waalse wandelpaden achter de kiezen en vooral veel liefde ervaren. Maar dit hoef ik jullie eigenlijk niet te vertellen. Jullie waren erbij.

De laatste tijd is echter gebleken dat het tussen ons erg stroef loopt tegenwoordig. De situatie wordt bovendien steeds pijnlijker. Dit heeft er helaas toe geleid dat ik ben vreemdgegaan. Ik zeg jullie dit liever persoonlijk want ik weet welke wilde verhalen soms de ronde doen in een schoenkast. Mijn nieuwe geliefdes heten ook Meindl en we hebben elkaar leren kennen in de AS Adventure. Ik ga daar niet over uitweiden, jullie weten hoe dat gaat. Ik heb jullie al genoeg gekwetst. Het komt erop neer dat we goed bij elkaar passen en dat ik overtuigd ben van mijn beslissing. Deze zomer gaan we samen naar het Jura-gebergte en naar de Alpen. Een nieuwe bestemming voor een nieuwe start. Ik besef ten volle dat dit nieuws hard aankomt, maar weet dat ik met veel liefde terugdenk aan onze onvergetelijke momenten samen.

Voor altijd in mijn hart.

Met vriendelijke voeten,

Antony

P.S. Ik wil je nog één beurt geven. Lekker schrobben van tip naar hiel om je vervolgens te masseren met je favoriete lotion.

 

IMG_0647

 

 

Dag Boechout, mijn naam is Antony

Wij wonen langer dan vier jaar in Boechout en ik ben nog steeds nieuw in het dorp. Als introvert heb je meer tijd nodig om een vertrouwd gezicht te worden. Mijn vrouw daarentegen heeft ondertussen een sociaal netwerk uitgebouwd. Ook zij is introvert, maar minder fanatiek. Op woensdag doet ze haar ronde in het commerciële hart van het dorp. Op vier jaar tijd wissel je wel eens wat woorden uit. De groenteboerin weet met welke afgeprijsde groenten en fruit ze mijn vrouw plezier doet, de kapper zwaait met zijn schaar in de hand als ze voorbij zijn salon loopt en de bakker weet ondertussen dat onze zoon hem later wil opvolgen.

Ook ik doe weleens boodschappen, maar tegen mij zijn de winkeliers gewoon … klantvriendelijk. Ik ervaar niet de hartelijkheid die mijn vrouw te beurt valt. Mijn gezicht blijft te nieuw. Dat komt omdat ik voltijds werk en daarom minder winkel, maar het ligt ook aan mijn persoonlijkheid. Als ik bijvoorbeeld naar het scoutslokaal of de atletiekclub ga om mijn zoon af te halen, groet ik de andere ouders met een bescheiden knikje. Ik sta vervolgens waar niemand anders staat. Ik kijk naar de wolken, naar mijn schoenveters, weer naar de wolken, even slinks naar enkele andere ouders die staan te wachten, ik knik gedag als ze mij hebben betrapt, kijk naar de kruinen van de bomen en ik onderdruk de neiging om mijn smartphone te nemen. Mijn vrouw pakt het beter aan.

Zij knikt, net als ik, vriendelijk gedag en gaat dan bij een andere ouder staan die naar wolken of bomen kijkt. Ze zoekt een aanknopingspunt om een gesprek te starten en de trein is vertrokken. De volgende keer dat ze die persoon ontmoet, gaat het er al wat hartelijker aan toe. Haar sociale netwerk breidt uit. Verder jogt ze in dezelfde atletiekclub als onze zoon en staat ze op het punt om zich te engageren voor een ecologische ‘samentuin’. Ik ben ervan overtuigd dat haar aanpak een gezonde en duurzame manier is van samenleven.

Zou ik niet liever een stuk van mijn tijd die nu voor een werkgever is, investeren in vrienden, de lokale gemeenschap en mezelf? Sinds anderhalf jaar werk ik af en toe als vrijwillig redacteur voor het lokale magazine van Het Natuurpunt en bevrijd ik weleens wegen en beken van zwerfvuil. En enkele weken geleden heb ik enkele ideeën ge-e-maild naar de Boechoutse jeugddienst (die enthousiast werden onthaald!). Het is een begin, maar ik voel de nood naar meer tijd voor engagement en initiatieven met gelijkgestemden, ook op artistiek vlak trouwens. Introversie is in ieder geval een slecht excuus om alles bij het oude te laten.